Transvetten

De afgelopen jaren is er veel te doen geweest om transvetten. De effecten ervan voor onze gezondheid waren niet altijd even duidelijk. Al meer dan 20 jaar weten we dat transvetten van het soort 'ongezonde' vetzuren zijn. Op deze pagina lees je meer over transvet. Wat zijn transvetten precies, waarom zijn transvetten zo ongezond en in welke producten zit transvet en kun je dus het best vermijden?

Wat zijn transvetten?

Transvetten of transvetzuren zijn een vetsoort van het type onverzadigd vet. In het algemeen zien we onverzadigde vetten als gezonde vetten, maar transvetten zijn als enige van de onverzadigde vetzuren juist ongezonde vetten. Dit komt door de scheikundige structuur. Transvet is qua scheikundige structuur niet flexibel. De vetzuren veranderen niet snel en daardoor kan het lichaam dit type vet moeilijker verwerken. Transvetten komen van nature voor in bepaalde dierlijke producten maar je kunt ze ook in industrieel geproduceerde vorm tegenkomen.

Zijn transvetten ongezond?

Transvetten zijn erg ongezond en zijn zelfs nog slechter voor de gezondheid dan verzadigd vet. Zowel dierlijk als industrieel transvet heeft een negatieve invloed op het cholesterol. Transvet verhoogt het schadelijke LDL-cholesterol en verlaagt het goede HDL-cholesterol, wat het risico op hart- en vaatziekten vergroot. Omdat transvetten om deze reden ongezond zijn wordt aangeraden het gebruik ervan zoveel mogelijk te beperken. De Gezondheidsraad geeft het advies dat maximaal 1% van je dagelijkse calorie-inname mag bestaan uit transvet. Bij een gemiddelde inname van 2000 calorieën per dag gaat het dan om niet meer dan ongeveer 2 gram transvet per dag.

Waar zitten transvetten in?

Transvetzuur komt van nature voor in producten van herkauwende dieren, zoals koeien en schapen. Ze ontstaan door bepaalde natuurlijke maagbacteriën. Transvetten zitten hierdoor van nature in bijvoorbeeld melk, koeien- en schapenvlees, roomboter en kaas.

Transvetten kunnen ook ontstaan tijdens het productieproces van bepaalde voedingsmiddelen. De vetten worden dan industrieel gedeeltelijk verhard. Hierdoor blijven vloeibare oliën langer houdbaar en wordt de structuur steviger. Je herkent producten met veel transvetten vaak aan hun structuur; het gaat meestal om harde vetten bij kamertemperatuur. Denk hierbij aan producten als:

  • Hard frituurvet
  • Harde bakboters
  • Harde braadvetten

Ook komen ongezonde transvetten voor in producten als:

  • Gebak
  • Koek
  • Snoep
  • Chips
  • Patat
  • Kant-en-klaarmaaltijden

Het is wettelijk niet toegestaan om de aanwezigheid van transvetten op het voedseletiket te vermelden. Hierdoor is het lastig om te zien of en hoeveel transvet een product bevat. Het gebruik van gedeeltelijk gehard vet wordt wel altijd vermeld en kun je herkennen aan de ingrediënten ‘gedeeltelijk gehard plantaardig vet’, ‘gedeelte geharde olie’ of ‘gehydrogeneerd vet’.

Zijn margarines rijk aan transvetten?

Vroeger konden (harde) margarines, bak- en braadvetten veel transvetten bevatten door industriële verharding van vet. Toen bekend werd hoe ongezond transvetten zijn, werden eind jaren ’90 de productietechnieken aangepast. Door nieuwe technologieën en gebruik van andere grondstoffen ontstaan er geen transvetzuren bij het bewerken van oliën en vetten. Vandaag de dag bevat margarine nog een zeer kleine hoeveelheid transvetten, afkomstig uit de plantaardige oliën in het product.

Alle margarineproducten in Nederland bevatten minder dan 1% transvet. Wat velen niet weten is dat volle zuivel en roomboter 1,5g/100g transvetten bevatten, maar dan van natuurlijke oorsprong. Tot op heden is er nog onvoldoende duidelijkheid of deze niet, minder of even schadelijk zijn als industrieel transvet. Daarom raadt de Gezondheidsraad aan om niet meer dan 1% van de calorieën die je op een dag nodig hebt als transvet in te nemen, onafhankelijk uit welk product dit gehaald wordt. Overigens voldoet 95 tot 99% van de Nederlandse bevolking, afhankelijk van de leeftijdsgroep, aan dit advies, blijkt uit de voedselconsumptiepeiling (VCP) 2007-2010 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De meeste mensen krijgen dus niet te veel transvetten binnen via hun voeding. Wil je meer weten over margarine en boter? Lees dan ook de pagina over margarine, halvarine, boter en roomboter.

Bronnen: MVO, Voedingscentrum, British Dietetic Association (BDA), Gezondheidsraad

Dit dossier is mede mogelijk gemaakt door onze partners

Pagina laatst aangepast op 31-03-2021

Auteur: Redactie Gezondheidsplein

.
Cookies

Gezondheidsplein

Cookies op gezondheidsplein.nl

Om gezondheidsplein.nl voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken, gebruikt Gezondheidsplein cookies (en daarmee vergelijkbare technieken). 

Met deze cookies kunnen wij en derde partijen informatie over jou verzamelen en jouw internetgedrag binnen, en mogelijk ook buiten, onze website volgen. Met deze informatie passen wij en derde partijen de website, onze communicatie en advertenties aan op jouw interesses en profiel. Daarnaast kan je door deze cookies informatie delen via social media.

Als je op "Accepteer" klikt, dan geef je Gezondheidsplein toestemming om cookies voor social media en gepersonaliseerde advertenties te plaatsen. Lees hier meer over in ons privacybeleid en cookiebeleid

Via "Cookie Instellingen" kan je zelf ook instellen welke cookies worden geplaatst. Je kan je keuze altijd wijzigen of intrekken op ons cookiebeleid.


Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren