Longen

Bouw van de longen

Je longen hebben een bijzondere anatomie en bevinden zich in je borstkas en worden omringd door je ribben. Tussen je borstwand en je longen liggen twee longvliezen. Tussen deze twee longvliezen zit een soort ‘glijmiddel’, waardoor de vliezen over elkaar kunnen bewegen. In een gezonde situatie zorgen de vliezen ervoor dat je longen aan je borstkas ‘plakken’. Aan de onderkant van je longen bevindt zich je middenrif (diafragma). Je  middenrif is belangrijk bij de ademhaling. Je linker-  en rechterlong lijken veel op elkaar, maar zijn wel verschillend. Zo is de linkerlong altijd iets kleiner dan je rechterlong, doordat het hart deze ruimte nodig heeft.

De longen lijken op omgekeerde bomen. Je luchtpijp is de stam van de boom. Daarna splitst je luchtpijp in kleinere takken genaamd bronchiën. Zowel je luchtpijp als je grootste bronchiën hebben kraakbeenringen om  te zorgen dat ze open blijven staan en enigszins beschermd zijn. Je bronchiën splitsen zich vervolgens weer verder. De kleinste takjes leiden tot de zogenaamde longblaasjes. Die longblaasjes zijn zakjes met cellen. In deze longblaasjes vindt de gasuitwisseling plaats tussen de ingeademde lucht en je bloed. Deze gasuitwisseling vindt plaats op een oppervlak van de longblaasjes. 

Functie van de longen

Je longen hebben als functie om je lichaam te voorzien van zuurstof. Tegelijk met dit proces zorgen ze er ook voor dat er koolstofdioxide uit je bloed verwijderd wordt. 

Werking van de longen 

Ademhaling

Als je inademt, dan trekken je tussenribspieren samen je ribben omhoog, terwijl tegelijkertijd je middenrif (diafragma) omlaag gaat. Je borstholte wordt groter. Doordat de longvliezen je longen als het ware tegen je borstholte geplakt houden, worden de longen automatisch geopend en stroomt er lucht naar binnen. Als je vervolgens uitademt, dan gaan je ribben weer naar binnen, terwijl je diafragma weer omhoog komt. De ruimte in je borstholte wordt kleiner en er wordt lucht naar buiten geblazen. Hoe snel we ademen wordt geregeld door een ademcentrum in de hersenen. Je hersenen meten de hoeveelheid koolzuur in je bloed en zorgen ervoor dat je gaat ademen als de hoeveelheid koolzuur te hoog wordt. 

Gasuitwisseling

Lucht die je inademt komt via je mondholte in je luchtpijp. Aan het einde van je luchtpijp kan de ingeademde lucht door verschillende vertakkingen van je longen gestuurd worden. Uiteindelijk komt een deel van de ingeademde lucht aan bij de longblaasjes. Deze ‘zakjes’ hebben een hele dunne wand. Zuurstof uit de ingeademde lucht kan door deze wand in je bloed komen. Tegelijkertijd verdwijnt kooldioxide uit je bloed naar je longen. Hoe werkt dit proces? Van nature zullen zowel zuurstof als kooldioxide zich gelijkmatig verdelen over de beschikbare ruimte. In je longen zit maar een wand van één cel dik tussen je bloedvat en je ingeademde lucht. Het bloedvat maakt deel uit van de zogenaamde kleine bloedsomloop en bevat veel koolstofdioxide en weinig zuurstof. Er is dus een situatie waarbij je ingeademde lucht veel zuurstof en weinig koolstofdioxide bevat en je bloed veel koolstofdioxide en weinig zuurstof. Zuurstof en koolstofdioxide gaan door de wand van je longblaasjes heen om in balans te komen. In een situatie van balans zou er evenveel zuurstof zitten in de adem als in je bloed, maar deze situatie zal nooit plaatsvinden. Je bloed blijft namelijk constant stromen en voert constant zuurstofarm en koolstofdioxiderijk bloed aan. Bovendien blijf je ademen en voert je ademhaling dus constant zuurstof aan en neemt het koolstofdioxide mee. 

Longvolume

We gebruiken onze longen niet altijd evenveel. Als je rustig een boek zit te lezen, dan heb je minder zuurstof nodig en hoef je minder koolstofdioxide af te voeren. Als je bijvoorbeeld aan het hardlopen bent, dan heb je meer zuurstof nodig. De hoeveelheid lucht die je inademt, noem je het ademvolume. De maximale hoeveelheid lucht die je kunt inademen wordt ook wel je vitale capaciteit genoemd. Je vitale capaciteit hangt erg af van je gezondheid, je gewicht en je lichamelijke conditie. Roken kan je vitale capaciteit verkleinen. 

Hoe hard je ook je best doet, je kunt nooit je hele longinhoud uitademen, er blijft altijd lucht over. Deze lucht heet luchtresidu. Als je inademt, zal verder niet alle ingeademde lucht je longen bereiken. een deel van de ingeademde lucht blijft hangen in je luchtpijp en je mondholte en is dus niet betrokken bij de gasuitwisseling. 

Problemen met de longen

Als gevolg van een gaatje in het longvlies kun je ingeklapte longen krijgen, we noemen dit ook wel een klaplong. Als je een ontsteking hebt, of bijvoorbeeld wanneer je last hebt van hartfalen kan er vocht achter de longen ontstaan. Dit zorgt voor kortademigheid of benauwdheid

Een ontsteking in de longen noem je een longontsteking. Een veel voorkomende verwekker van de longontsteking is de bacterie Streptococcus Pneumoniae. Longontsteking  kan ontstaan wanneer je moeilijk kunt hoesten, bijvoorbeeld na een ribbreuk of een operatie kan hoesten pijnlijk zijn.

Wanneer een kwaadaardige tumor in de longen groeit, spreken we van longkanker. Longkanker is een belangrijke doodsoorzaak in Nederland en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door roken.

Deze tekst is goedgekeurd door K. Vos, huisarts

Cookies

Gezondheidsplein

Om je een informatieve en prettige online ervaring te bieden, maken Gezondheidsplein.nl (onderdeel van solvo b.v.) en derden gebruik van verschillende soorten cookies. Hieronder vallen functionele, analytische en persoonlijke cookies. Met deze cookies kunnen we de werking van onze website verbeteren en je van gepersonaliseerde advertenties voorzien.

Door op ‘Akkoord en doorgaan’ te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- & cookieverklaring.

Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren