Website van het Jaar

Wie loopt risico op vleesbomen?

Waarom iemand vleesbomen krijgt is nog niet geheel duidelijk, maar er zijn aanwijzingen dat schommelingen in hormoonconcentraties, zoals het oestrogeen- en progesterongehalte, verband houden met het ontstaan van een vleesboom. Ook ras, aanleg, gewicht en een eventuele zwangerschap vergroten het risico op vleesbomen.

Vleesbomen ontwikkelen zich doorgaans in de vruchtbare leeftijd bij vrouwen vanaf 35 jaar. Er is ook een klein aantal vrouwen dat al op jongere leeftijd vleesbomen ontwikkelt. Rond de overgang heeft de helft van alle vrouwen vleesbomen ontwikkeld. Wel kunnen deze variëren in aantal en grootte. Vleesbomen geven niet bij alle vrouwen klachten. Hoewel ook bij vrouwen na de menopauze nog vleesbomen ontdekt worden, voorkomt de sterke daling in eierstokhormonen (oestrogeen en progesteron) dat vleesbomen nog verder in omvang toenemen.

Wie krijgt er vleesbomen?

De volgende factoren lijken van invloed te zijn op het wel of niet ontwikkelen van vleesbomen:

  • Leeftijd; met de jaren neemt de kans op vleesbomen toe. Vanaf veertig jaar lijkt er een sterke toename te zijn in het aantal vleesbomen.
  • Afkomst; vleesbomen komen twee tot drie keer meer voor bij donkere vrouwen (met een Afro-Caribische afkomst) dan bij vrouwen met een andere achtergrond.
  • Leeftijd van de eerste menstruatie; indien de eerste menstruatie voor het dertiende jaar was is er een licht verhoogde kans op het ontwikkelen van vleesbomen. Vrouwen die pas op hun zestiende begonnen met menstrueren hebben juist een lager risico op het ontwikkelen van vleesbomen.
  • Medische familiegeschiedenis; de kans op het ontwikkelen van vleesbomen neemt toe indien er dichte familieleden zijn met dezelfde klachten, bijvoorbeeld een moeder of een zus.
  • Overgewicht; met een verhoogd BMI neemt ook de kans op vleesbomen toe. Hoe zwaarder de vrouw hoe groter het risico op vleesbomen.
  • Lichaamsbeweging; hoe meer je beweegt hoe kleiner het risico op vleesbomen.
  • Aantal kinderen; vrouwen die bevallen zijn lopen minder risico om vleesbomen te ontwikkelen dan vrouwen die geen kinderen hebben gehad. Hoe meer kinderen, hoe kleiner het risico. Dat komt omdat je tijdens zwangerschappen minder wordt blootgesteld aan hoge concentraties oestrogeen (dat bijdraagt aan het ontstaan van vleesbomen).
  • Menopauze; na de menopauze krimpen bestaande vleesbomen omdat de oestrogeengehaltes afnemen. Er ontwikkelen geen nieuwe vleesbomen.
  • Hart en vaten; vrouwen met een hoge bloeddruk of het risico op hartziekten hebben meer kans dat zij vleesbomen ontwikkelen.
  • Hormoonbehandelingen; het volgen van hormoonbehandelingen, bijvoorbeeld om overgangsklachten te bestrijden, kan vleesbomen in omvang laten toenemen.

Vertraagde diagnose door schaamte

Vleesbomen worden vaak vertraagd gediagnosticeerd vanwege schaamte en omdat artsen de klachten niet herkennen of erkennen. Klachten door vleesbomen worden soms onterecht aan een ander probleem gekoppeld. Ook de angst voor een diagnose en bijbehorende behandeling die soms leidt soms tot onvruchtbaarheid, zorgt ervoor dat vrouwen het moeilijk vinden om contact op te nemen met de huisarts.

Indien vleesbomen zo groot zijn dat ze klachten veroorzaken zoals pijn tijdens de seks, hevige menstruatiepijnen en tussentijdse bloedingen, is het toch van groot belang om de huisarts in te lichten en aan te dringen op verder onderzoek. Er zijn tegenwoordig allerlei verschillende (niet-operatieve) behandelmogelijkheden, waaronder effectieve medicijnen die ervoor zorgen dat de vruchtbaarheid behouden blijft en de levenskwaliteit aanzienlijk verbetert.

Voor meer inhoudelijke informatie over vleesbomen behandelen verwijzen we je door naar het dossier Baarmoedermyoom: diagnose en behandeling op onze partnerwebsite ziekenhuis.nl.

Pagina laatst aangepast opĀ 28-03-2019

Auteur: Redactie Gezondheidsplein

Deze informatie is gecontroleerd door:

In samenwerking met Gedeon Richter 84183/NL

Cookies

Gezondheidsplein

Cookies op gezondheidsplein.nl

Om gezondheidsplein.nl voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken, gebruikt Gezondheidsplein cookies (en daarmee vergelijkbare technieken). 

Met deze cookies kunnen wij en derde partijen informatie over jou verzamelen en jouw internetgedrag binnen, en mogelijk ook buiten, onze website volgen. Met deze informatie passen wij en derde partijen de website, onze communicatie en advertenties aan op jouw interesses en profiel. Daarnaast kan je door deze cookies informatie delen via social media.

Als je op "Accepteer" klikt, dan geef je Gezondheidsplein toestemming om cookies voor social media en gepersonaliseerde advertenties te plaatsen. Lees hier meer over in ons privacybeleid en cookiebeleid

Via "Cookie Instellingen" kan je zelf ook instellen welke cookies worden geplaatst. Je kan je keuze altijd wijzigen of intrekken op ons cookiebeleid.


Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren