Taalontwikkeling van baby tot peuter

Wat zou het eerste woordje worden? Mama of papa? En wanneer mag je zo’n eerste woordje verwachten? De eerste zes maanden communiceert een baby nog niet opzettelijk, maar vooral op basis van reflexen. Door te huilen, lachen, kijken en andere lichaamstaal kan het zijn lichamelijke behoeften aangeven en reageren. 

Vanaf vier maanden

De baby raakt geïnteresseerd in anderen. De taalontwikkeling van je baby begint dan met het maken van geluiden. Als je reageert op deze geluidjes, beseft de baby dat het op die manier je aandacht kan trekken. Dit zal hem stimuleren door te gaan met de geluidjes. Je kunt je kind ook stimuleren in deze vroege taalontwikkeling door veel tegen hem te praten en dingen uit te leggen. Benoem personen en dingen en vertel het kind wat je gaat doen. Ook kun je samen naar plaatjes kijken en voorwerpen benoemen om het lezen later te stimuleren. 

Vanaf zes maanden

Na zes tot zeven maanden begint je kindje met brabbelen. 

Vanaf acht maanden

Nu begrijpt je baby het verband tussen zijn gedrag en jouw reactie en begint het echte communiceren. Het kindje leert bijvoorbeeld simpele gebaren te gebruiken, zoals wijzen, zwaaien en nee schudden. Op deze leeftijd zijn kinderen dol op eenvoudige spelletjes, zoals kiekeboe. Ook liedjes met spannende geluiden en bewegingen, zoals ‘Schuitje varen’ en ‘Daar komt een muisje aangelopen’ kunnen je baby stimuleren in de taalontwikkeling. Probeer altijd te begrijpen wat je kind je duidelijk wilt maken. Dit is voor jullie beiden heel leerzaam! 

Vanaf ongeveer een jaar

Als je kind bijna een jaar oud is, zegt het vaak de eerste woordjes. Dit moment kan sterk variëren van kind tot kind. Sommige kinderen zeggen hun eerste woordje al als ze acht maanden zijn, anderen pas als ze achttien maanden zijn. Ook reageert een kind vanaf dit moment op zijn naam. Het is nu belangrijk het plezier van communiceren aan je kind te laten zien. Bijvoorbeeld door gekke bekken trekken, lachen, aankijken en kiekeboe-spelletjes. Samen boekjes lezen wordt steeds leuker en stimuleert je kindje in zijn verdere ontwikkeling.

De taalontwikkeling van een peuter gaat ineens heel snel, als hij of zij ongeveer 50 woordjes kent. Vanaf dit moment leert je kind wel tien nieuwe woorden per week. Er worden veel twee-woordzinnen gebruikt, zoals ‘mama fiets’ (mama zit op de fiets), ‘auto toet’ (de auto doet toet toet), etcetera. Praat niet terug in peutertaal, maar houd je zinnen wel kort en begrijpelijk. Verbeter woordjes die je kind niet goed uitspreekt. Je kind hoeft dit hierna niet na te zeggen, maar pikt de verbeterde versie meestal vanzelf op. Lees bovendien veel samen met je kind. 

Vanaf twee tot drie jaar

Als je kindje twee tot drie jaar oud is, voert het gesprekjes om van alles te leren. De zinnen worden steeds langer en je kind gaat veel vragen stellen. Ook worden de zinnen grammaticaal steeds juister. Je kind ontwikkelt een tijdsbesef en gaat tijdsaanduidingen gebruiken. Hiernaast leert je kind te vertellen waar iets is. Tijdens deze fase zal je kind nog veel fouten maken. Dit is helemaal niet erg, want door jouw goede voorbeeld leert het de taalregels vanzelf. Je kunt je kind helpen door voorwerpen te benoemen en door te vertellen wat je aan het doen bent. 

Van drie tot vier jaar

Een kind van drie tot vier jaar oud kan al hele gesprekjes voeren. Op dit moment kan het veel ‘waarom’-vragen stellen, omdat het steeds meer verbanden leert leggen. De cognitieve ontwikkeling van je peuter is in volle gang en hij of zij is volop bezig met nadenken en redeneren. Daarnaast blijven peuters gek op verhaaltjes voorlezen. Je kunt na afloop het verhaaltje samen navertellen, om zowel de taal- als de cognitieve ontwikkeling van je kleintje te stimuleren. 

Lees ook het artikel over babytaal op Dokterdokter.nl.

Pagina laatst aangepast opĀ 21-04-2016

Auteur: Redactie Gezondheidsplein

Deze informatie is gecontroleerd door:

Deze tekst is goedgekeurd door J. Dekkers, arts

Cookies

Gezondheidsplein

Cookies op gezondheidsplein.nl

Om gezondheidsplein.nl voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken, gebruikt Gezondheidsplein cookies (en daarmee vergelijkbare technieken). 

Met deze cookies kunnen wij en derde partijen informatie over jou verzamelen en jouw internetgedrag binnen, en mogelijk ook buiten, onze website volgen. Met deze informatie passen wij en derde partijen de website, onze communicatie en advertenties aan op jouw interesses en profiel. Daarnaast kan je door deze cookies informatie delen via social media.

Als je op "Accepteer" klikt, dan geef je Gezondheidsplein toestemming om cookies voor social media en gepersonaliseerde advertenties te plaatsen. Lees hier meer over in ons privacybeleid en cookiebeleid

Via "Cookie Instellingen" kan je zelf ook instellen welke cookies worden geplaatst. Je kan je keuze altijd wijzigen of intrekken op ons cookiebeleid.


Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren