Welke anticonceptiemiddelen kan ik gebruiken na de bevalling?

Het prettigst is om dezelfde anticonceptie te gebruiken als voor je zwangerschap, omdat je daaraan gewend bent. Maar als je na de bevalling gestart bent met het geven van borstvoeding is dit niet altijd mogelijk. Zogenaamde combinatiemiddelen – bevatten de hormonen oestrogeen en progestageen – kunnen de melkproductie negatief beïnvloeden, waardoor je (tijdelijk) moet overstappen op een ander anticonceptiemiddel. Hieronder een kort overzicht van welke anticonceptiemiddelen je wel en niet mag gebruiken tijdens de borstvoeding.

Wel gebruiken tijdens de borstvoeding

  • Minipil. Bevat alleen het hormoon progestageen. De minipil is een doorslikpil: iedere dag één pil zonder stopweek, liefst op hetzelfde tijdstip.
  • De prikpil kun je gebruiken na de bevalling, ook als je borstvoeding geeftPrikpil. Bevat alleen de synthetische variant van progesteron, officieel medroxyprogesteron. Eén keer in de drie maanden krijg je een injectie met dit hormoon. Het hormoon blijft dus lang in je lichaam aanwezig. Dit kan een voordeel, maar ook een nadeel zijn. Bijvoorbeeld als je klachten ervaart en over wilt stappen op een andere vorm van anticonceptie. Je moet dan wachten totdat de hormonen vanzelf uit je lichaam verdwenen zijn.
  • Implantatiestaafje. Bevat alleen het hormoon progestageen. In je bovenarm wordt een klein staafje ingebracht dat een constante hoeveelheid van dit hormoon afgeeft. Het implantatiestaafje kan maximaal drie jaar blijven zitten.
  • Hormoonspiraaltje. Bevat alleen het hormoon progestageen. Het hormoonspiraaltje is een T-vorming spiraaltje dat door je arts in de baarmoeder wordt geplaatst. Het spiraaltje geeft een lage dosis progestageen af dat met name werkt op het baarmoederslijmvlies, slechts een klein gedeelte komt in de rest van je lichaam. Een hormoonspiraaltje kan vijf jaar blijven zitten.
  • Koperspiraaltje. Bevat geen hormonen. Het is een T-vorming spiraaltje dat door je arts in de baarmoeder wordt geplaatst. Het koper zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies zich niet goed kan ontwikkelen. Daarbij maakt het spermacellen ongeschikt om een eicellen te bevruchten.
  • Pessarium. Bevat geen hormonen. Dit is een rubberen kapje dat je zelf voor het vrijen over de baarmoedermond moet zetten. Van tevoren moet je hierin nog wel zaaddodend middel aanbrengen. Na de vrijpartij moet het hormoonvrije kapje minstens zes uur en maximaal vierentwintig uur blijven zitten.
  • (Vrouwen)Condoom. Bevat geen hormonen. Dit voorbehoedsmiddel kun je altijd gebruiken.

Niet gebruiken tijdens de borstvoeding

  • De combinatiepil kun je niet gebruiken tijdens de borstvoedingCombinatiepil. Bevat oestrogeen en progestageen. Dit is de meest gebruikte anticonceptiemethode in Nederland. Gedurende 21 dagen moet je dagelijks een pil innemen, het liefst op een vast tijdstip. Daarna volgt een stopweek. In deze stopperiode is er meestal een bloeding van enkele dagen.  De combinatiepil is beschikbaar in verschillende samenstellingen en verschillende merknamen.
  • Anticonceptiering. Bevat oestrogeen en progestageen. Een buigzame ring die je elk vier weken zelf moet inbrengen. Je moet de ring drie weken laten zitten, daarna is er een stopweek en draag je geen ring. Tijdens de ‘ringdraagperiode’ kun je zowel met als zonder ring seks hebben. De ring mag dan niet langer dan drie uur uit de schede zijn.
  • Anticonceptiepleister. Bevat oestrogeen en progestageen. Deze huidpleister geeft een constante hoeveelheid hormonen af. De pleister moet je elk week vervangen, na drie weken is er een stopweek. Je hoeft dan geen pleister te dragen. In principe kun je de anticonceptiepleister overal op je huid plakken, behalve op je borsten.

Als je flesvoeding geeft, kun je alle bovenstaande anticonceptiemethode zonder problemen gebruiken.

Lichaam wennen aan nieuwe anticonceptie?

Na een bevalling is je lichaam veranderd. Je moet er dan ook rekening mee houden dat je lichaam moet wennen als je (opnieuw) met hormonale anticonceptie begint. Je lichaam heeft tijd nodig om zich in te stellen op de hormonen en daardoor kun je tijdelijk bijwerkingen ervaren, zoals hoofdpijn, misselijkheid en pijnlijke borsten. Daarbovenop kun je ook moeten wennen aan de toedieningsvorm. Was je voor de kraamperiode gewend om elk vier weken een anticonceptiering in te brengen, dan vergt het een behoorlijke aanpassing als je opeens elke dag de minipil moet slikken. Daarin moet je ook routine vinden.

Voel je je niet senang met je nieuwe anticonceptie of blijf je last houden van bijwerkingen, overleg dan met je arts voor een alternatief.

Lees meer over wanneer je na je bevalling weer met anticonceptie kunt starten. 

Pagina laatst aangepast opĀ 19-11-2020

Auteur: Redactie Gezondheidsplein

Cookies

Gezondheidsplein

Cookies op gezondheidsplein.nl

Om gezondheidsplein.nl voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken, gebruikt Gezondheidsplein cookies (en daarmee vergelijkbare technieken). 

Met deze cookies kunnen wij en derde partijen informatie over jou verzamelen en jouw internetgedrag binnen, en mogelijk ook buiten, onze website volgen. Met deze informatie passen wij en derde partijen de website, onze communicatie en advertenties aan op jouw interesses en profiel. Daarnaast kan je door deze cookies informatie delen via social media.

Als je op "Accepteer" klikt, dan geef je Gezondheidsplein toestemming om cookies voor social media en gepersonaliseerde advertenties te plaatsen. Lees hier meer over in ons privacybeleid en cookiebeleid

Via "Cookie Instellingen" kan je zelf ook instellen welke cookies worden geplaatst. Je kan je keuze altijd wijzigen of intrekken op ons cookiebeleid.


Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren