Website van het Jaar

Behandelingen bij de ziekte van Kahler

Behandelingen van de ziekte van Kahler (multipel myeloom) worden uitgevoerd door een hematoloog, een arts die gespecialiseerd is in bloedziekten. Er zijn verschillende behandelingen beschikbaar voor de ziekte van Kahler. Omdat het een ongeneeslijke aandoening is, richten behandelingen zich op het verlengen van de levensduur, het verlichten van klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven. In dit dossier lees je meer over het behandelplan, de soorten behandelingen en een uitleg per behandeling.

Behandelplan en soorten behandelingen

Je stelt samen met de hematoloog een behandelplan op. Jullie zullen onder andere bespreken welke behandelingen mogelijk zijn en de voorkeur hebben. Deze keuze hangt af van je leeftijd, persoonlijke situatie en algehele conditie. Doorgaans krijgen mensen jonger dan 70 jaar een zwaarder behandeltraject dan mensen van 70 jaar en ouder.

Het zware behandeltraject bestaat uit (een gedeelte van) de volgende fasen:

  1. Inductietherapie
  2. Stamcelmobilisatie en aferese (verzamelen van stamcellen uit bloed)
  3. Autologe stamceltransplantatie
  4. Consolidatietherapie
  5. Onderhoudstherapie
  6. Eventueel allogene stamceltransplantatie of autologe stamceltransplantatie
  7. Ondersteunende behandeling voor botziekte

Een transplantatie is een te zware ingreep voor ouderen en mensen met een verminderde conditie. Het lichtere behandeltraject bestaat daarom uitsluitend uit medicatie. Je kunt een kuur krijgen. Of je krijgt dan voor een bepaalde tijd medicijnen. Na afloop van die kuur hoef je soms geen medicijnen meer te krijgen tot aan een relapse. Of je krijgt medicijnen die je gebruikt tot aan een relapse. Daarna kan eventueel overgestapt worden op andere medicatie. Er zijn vijf typen medicijnen:

  • Dit zijn medicijnen die de werking van het immuunsysteem kunnen versterken, waardoor de kankercellen beter worden aangevallen.
  • Deze medicijnen remmen de werking van het enzym proteasoom. Proteasoom zet kwaadaardige cellen aan tot deling.
  • Medicijnen met antistoffen. Je eigen immuunsysteem kan vreemde stoffen herkennen en verwijderen uit het lichaam, zodat je niet ziek wordt. Medicijnen met antistoffen hebben dezelfde werking: ze sporen kwaadaardige cellen op en verwijderen deze. Bij de ziekte van Kahler zijn deze medicijnen er specifiek op gericht om een reactie van het immuunsysteem op te wekken, waardoor het zelf kankercellen uitschakelt.
  • Steroïden. Deze medicijnen worden vaak in combinatie met een andere therapie gegeven, zodat de therapie beter aanslaat. Bovendien kunnen ze bepaalde bijwerkingen verminderen, zoals allergieën en misselijkheid.
  • Een behandeling met de medicijnen cytostatica wordt ook wel chemotherapie genoemd. Deze medicijnen remmen de celdeling of doden zowel gezonde als kwaadaardige cellen.

Inductietherapie

Inductietherapie wordt gegeven voorafgaand aan een stamceltransplantatie. Inductietherapie bestaat meestal uit chemotherapie. Hiermee wordt het aantal tumorcellen zoveel mogelijk omlaag gebracht. Klachten zullen verminderen en soms tijdelijk verdwijnen.

Stamcelmobilisatie en aferese

Na de inductiebehandeling vindt er een stamcelmobilisatie plaats. Er worden dan stamcellen verzameld en opgeslagen voor een eventuele transplantatie.

Autologe stamceltransplantatie

Tijdens de inductietherapie gaan niet alleen kwaadaardige cellen verloren. Het tast ook gezonde stamcellen aan, waardoor je lichaam zwakker wordt en je bijwerkingen kan krijgen. Bij de ziekte van Kahler worden daarom van tevoren stamcellen verzameld (stamcelmobilisatie) om deze vervolgens terug in het lichaam te plaatsen. Het gaat hierbij uitsluitend om je eigen stamcellen (=autoloog). Hierdoor kan de bloedaanmaak zich herstellen. Bovendien ben je dan sterker om een eventuele nieuwe chemokuur aan te kunnen. Een stamceltransplantatie is bedoeld om een langdurige remissie te verwezenlijken.

De combinatie van inductietherapie en autologe stamceltransplantatie kan een positief effect hebben op de ziekte: klachten blijven in de meeste gevallen lang weg of in mindere mate aanwezig.

Consolidatietherapie

Bij deze therapie worden sporen van de ziekte uit het lichaam verwijderd, meestal met chemotherapie. Consolidatietherapie is geen behandeling die standaard wordt toegepast. Het gebeurt vaak alleen in onderzoeksverband. Er is nog weinig bekend over de voordelen ervan. Het lijkt niet de levensverwachting en progressievrije overleving (periode waarin de ziekte niet erger wordt)  te verlengen. Wel blijken mensen met de ziekte van Kahler beter te reageren op een autologe stamceltransplantatie na consolidatietherapie.

Onderhoudstherapie

Na een stamceltransplantatie kan een onderhoudsbehandeling volgen. Hierbij krijg je een medicijn dat de remissie-periode ‘onderhoudt’, ofwel in stand houdt. Het medicijn verandert de reactie van het immuunsysteem, remt de kwaadaardige woekering van cellen en stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen. Hierdoor kunnen klachten in eerste instantie niet toenemen of voor een bepaalde periode wegblijven. Ook resulteert onderhoudstherapie doorgaans in een hogere levensverwachting.

Gedurende deze periode kom je regelmatig terug bij de arts ter controle. De arts zal onder andere kijken naar je bloedwaarden om zo het verloop van de ziekte te kunnen inschatten.

Onderhoudstherapie wordt gegeven tot aan het moment dat je een relapse krijgt. Tijdens een relapse is een andere, intensievere behandeling nodig om de klachten onder controle te krijgen. Het is ook mogelijk dat er een ‘wait-and-see’ periode ingelast wordt, zonder therapie. Je blijft in die periode wel onder controle van je hematoloog.

Allogene stamceltransplantatie

Een allogene stamceltransplantatie wordt minder vaak uitgevoerd dan een autologe stamceltransplantatie. Dit is een stamceltransplantatie met de stamcellen van iemand anders (=allogeen). Je hebt hiervoor een geschikte donor nodig. Het wordt vooral toegepast als de ziekte van Kahler snel terugkeert na een behandeling met autologe stamcellen. En dan meestal alleen bij patiënten onder de zeventig jaar die fit genoeg zijn. Bij de meeste mensen met multipel myeloom slaan behandelingen met medicijnen en een autologe stamceltransplantatie voldoende aan, waardoor een allogene transplantatie niet nodig is.

Een allogene stamceltransplantatie kan wel langdurig - zelfs vele jaren - effect hebben op het terugdringen van de ziekte. Een risico is het ontwikkelen van de zogenaamde ‘graft-versus-host-ziekte’. Dit betekent dat de afweercellen van de donor de patiënt aanvallen. Graft staat in dit geval voor donor en host voor patiënt. Dit kan allerlei klachten opleveren, vooral aan de huid, maag, darmen en de lever. Bovendien kan het levensbedreigend zijn.

Ondersteunende behandeling voor botziekte

Bij ongeveer negentig procent van de mensen met de ziekte van Kahler worden de botten aangetast. Dit wordt ook wel botziekte genoemd. Om de botdichtheid te behouden, worden bisfosfonaten, calcium en vitamine D ingezet. Bisfosfonaten zijn medicijnen die osteoclasten (cellen die botafbraak stimuleren) afremmen. Calcium en vitamine D zijn belangrijk voor het behoud van de botdichtheid.

Botziekte gaat vaak gepaard met botpijn. Pijnstillers en bestraling kunnen dan de pijn verlichten. In sommige gevallen is bestraling niet mogelijk, omdat het niet samengaat met chemotherapie. Bij hevige botpijn kan vertebroplastiek een optie zijn. Bij deze ondersteunende behandeling wordt een soort cement in de ingezakte wervelkolom gespoten.

Wat gebeurt er bij een relapse van de ziekte van Kahler?

Zodra de behandeling aanslaat zullen klachten verminderen en soms tijdelijk wegblijven. Soms zelfs enkele jaren. Uiteindelijk komen klachten in bijna alle gevallen weer terug. Dit wordt ook wel relapse of recidief multipel myeloom genoemd. In dat geval kan er opnieuw een (intensieve) behandeling volgen. Of er een behandeling volgt en welke behandeling dit precies zal worden, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals je leeftijd en algehele conditie. De beslissing gebeurt in overleg tussen jou en je arts. Neem bij onduidelijkheden contact op met je arts en stel gerust de vragen waar je mee zit. Wees volledig en duidelijk over lichamelijke en mentale klachten naar jouw arts, zodat hij/zij rekening kan houden met jouw behoeften.

Pagina laatst aangepast op 03-05-2019

Eindredactie: Redactie Gezondheidsplein

Cookies

Gezondheidsplein

Om je een informatieve en prettige online ervaring te bieden, maken Gezondheidsplein.nl (onderdeel van solvo b.v.) en derden gebruik van verschillende soorten cookies. Hieronder vallen functionele, analytische en persoonlijke cookies. Met deze cookies kunnen we de werking van onze website verbeteren en je van gepersonaliseerde advertenties voorzien.

Door op ‘Akkoord en doorgaan’ te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- & cookieverklaring.

Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren