Glutenintolerantie: de feiten en fabels op een rijtje

Omdat nog niet veel bekend is over glutenintolerantie, bestaan er nogal wat fabels. We zetten de belangrijkste feiten en fabels voor je op een rij.

Feit of fabel: “Glutenintolerantie is hetzelfde als glutenallergie”

Fabel: een glutenallergie bestaat niet. Glutenintolerantie is een auto-immuunziekte en wordt ook wel coeliakie genoemd. Dat houdt in dat je immuunsysteem zich tegen jezelf richt. Daardoor kunnen goed functionerende cellen worden afgebroken, wat de organen die deze cellen bevatten beschadigt. In het geval van een glutenintolerantie is dit dus de darmwand.

Bij een allergie is er sprake van een overdreven reactie van het immuunsysteem. Het immuunsysteem maakt dan meer antistoffen aan dan nodig. Een glutenallergie bestaat niet. Wel bestaat een tarwe-allergie.

Feit of fabel: “Van glutenvrij eten val je af”

Fabel: afvallen gebeurt bij een gezond dieet waarbij je niet meer eet dan nodig. Afvallen kan dus ook met een dieet dat gluten bevat. Een glutenvrij dieet is van oorsprong iets wat mensen met coeliakie noodgedwongen volgen om van hun klachten af te komen. De hype waarbij mensen zonder glutenintolerantie of glutensensitiviteit die tóch glutenvrij eten lijkt eerder ongezond dan gezond.

Feit of fabel: “Je kunt over coeliakie heen groeien”

Fabel: glutenintolerantie is een auto-immuunziekte en dat betekent dat het nooit meer over gaat. Een glutenintolerantie (coeliakie) heb je voor het leven. De enige manier om van de klachten af te komen is door glutenvrij te eten. Het darmslijmvlies kan zich dan herstellen wat de opname van voedingsstoffen en daarmee de gezondheid bevordert.

Feit of fabel: Een glutenintolerantie is erfelijk?

Feit: de precieze oorzaak van glutenintolerantie is nog niet bekend. Wel is bekend dat zowel erfelijke factoren als omgevingsfactoren een rol spelen bij het krijgen van glutenintolerantie. Eén op de honderdvijftig tot tweehonderd mensen in Nederland heeft glutenintolerantie. Dat betekent dat de kans om glutenintolerantie te krijgen ongeveer een half tot één procent is. Heeft een eerstegraadsfamilielid (vader, moeder, broer, zus of kind) een glutenintolerantie dan is de kans op een glutenintolerantie ongeveer tien procent.

Een glutenintolerantie gaat niet altijd samen met heftige klachten. Zelfs met milde klachten kan glutenintolerantie veel schade aanrichten. Is bekend dat een eerstegraads familielid een glutenintolerantie heeft dan is het verstandig om onderzoek te doen. Dat geldt uiteraard ook als je geen familieleden hebt met glutenintolerantie maar jezelf wel herkent in de symptomen.

Pagina laatst aangepast op 07-08-2019

Eindredactie: Redactie Gezondheidsplein

Cookies

Gezondheidsplein

Om je een informatieve en prettige online ervaring te bieden, maken Gezondheidsplein.nl (onderdeel van solvo b.v.) en derden gebruik van verschillende soorten cookies. Hieronder vallen functionele, analytische en persoonlijke cookies. Met deze cookies kunnen we de werking van onze website verbeteren en je van gepersonaliseerde advertenties voorzien.

Door op ‘Akkoord en doorgaan’ te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- & cookieverklaring.

Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren