Behandeling en prognose van acute lymfatische leukemie bij kinderen

Zodra het duidelijk is dat er sprake is van acute lymfatische leukemie zal altijd begonnen worden met de behandeling. De behandeling van acute lymfatische leukemie bij een kind of jongvolwassenen duurt ongeveer twee tot drie jaar. Hoe de behandeling eruit ziet verschilt per leeftijd en situatie. Tijdens het behandelproces wordt de behandeling regelmatig bijgesteld. Op deze pagina beschrijven we de verschillende mogelijkheden.

Prognose van acute lymfatische leukemie

Ongeveer 10% van de kinderen in de jaren zeventig genazen van acute lymfatische leukemie. Tegenwoordig geneest dankzij een beter behandelplan ongeveer 80% van de kinderen met acute lymfatische leukemie. Factoren die de kans op overleving of het effect van de behandeling beïnvloeden zijn:

  • Het type chromosoomafwijking in de leukemiecellen
  • Leeftijd en geslacht
  • Het aantal leukemiecellen bij het stellen van de diagnose
  • Het type leukemie
  • De reactie van leukemiecellen op de eerste chemotherapie

Elke situatie is verschillend. We spreken hier over gemiddelde cijfers. Het hoeft dus niet zo te zijn dat deze cijfers een voorspellend karakter geeft op jouw situatie.

Behandelingen bij kinderen met acute lymfatische leukemie

De behandeling van acute lymfatische leukemie bestaat uit een landelijk protocol, waarin richtlijnen voor onderzoeken en behandelwijzen worden omschreven. Zo krijgt ieder kind met acute lymfatische leukemie de therapie die voor hen de meeste kans op genezing geeft en op de langere termijn het minst schadelijk is. Welke protocol en behandeling aangehouden wordt, hangt af van verschillende factoren:

  • Het type leukemie
  • Het type chromosoomafwijkingen in de leukemiecellen
  • Leeftijd
  • Geschatte kans op terugkeer van de ziekte

Tijdens de behandeling wordt regelmatig gekeken of de behandeling aanslaat of dat het nodig is om de behandeling bij te stellen.

Chemotherapie bij acute lymfatische leukemie

De behandeling van acute lymfatische leukemie bij kinderen en jongvolwassenen bestaat altijd uit chemotherapie. Chemotherapie is een behandeling met een combinatie van medicijnen die leukemiecellen doden of het ongeremd delen van de op hol geslagen cel een halt toe roepen. Dit zorgt voor genezing of het verminderen van de leukemiecellen.

Chemotherapie kan zowel bestaan uit een combinatie van pillen, drankjes, een infuus of een injectie. De totale behandeling met chemotherapie zal ongeveer twee jaar tot drie jaar duren. Het eerste deel van de behandeling, die ruim zeven maanden duurt, is het meest intensief. De behandeling wordt opgestart in het ziekenhuis, maar een deel van de behandeling kan ook thuis met regelmatige controles op de polikliniek of dagbehandeling.

Centraal veneuze katheter

Voor een behandeling met chemotherapie wordt vaak een centraal veneuze katheter geplaatst. Een centraal veneuze katheter is een lang infuus waarbij de uitgang van de katheter in een groot bloedvat wordt gelegd. Meestal wordt een centraal veneuze katheter tijdens een operatie onder narcose geplaatst. De operatie duurt ongeveer een uur. Er zijn verschillende centraal veneuze katheters:

  • Volledig implanteerbaar toedieningssysteem (VIT). Een VIT is een klein reservoir onder de huid die met een slangetje in verbinding staat met een grote ader in het lichaam. Dit heeft als voordeel dat de (broze) aderen niet elke keer opnieuw aangeprikt hoeven te worden bij een infuus of bloedafname. Het reservoir kun je ook onder de huid voelen. Om te voorkomen dat het slangetje verstopt raakt als het niet gebruikt wordt, zal deze regelmatig doorgespoten moeten worden. Het reservoir moet wel elke keer voor een infuus of bloedafname worden aangeprikt. Hiervoor kan verdovende zalf aangebracht worden, zodat de huid bij het aanprikken is verdoofd.
  • Hickman katheter. Dit is een slangetje van siliconen die links of recht op de borstkas wordt geplaatst. Een deel van het slangetje zit onder de huid. Het voordeel van een Hickman is dat het langer kan blijven zitten dan een gewoon infuus.
  • Perifere Intraveneuze Centrale Catheter (PICC). Meestal wordt het slangetje ingebracht aan de binnenkant van de bovenarm. Ook een PICC-lijn kan langer blijven zitten dan een gewoon infuus.

Complicaties van chemotherapie

De aanval van medicijnen op de leukemiecellen gaat vaak hand in hand met bijwerkingen. In enkele gevallen zijn deze bijwerkingen blijvend. De bijwerkingen wisselen per persoon en per behandeling. Naast het bedoelde effect op de leukemiecellen kunnen cytostatica effect hebben op de slijmvliezen, de huid en het haar. Mogelijke gevolgen zijn misselijkheid, vermoeidheid, diarree, een pijnlijke mond, verandering van smaak, een droge huid en haaruitval. Ook ben je door een lage afweer extra vatbaar voor infecties en kan er een tekort aan bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan.

Gedragsveranderingen, verdriet, onmacht en pijn zijn intense emoties. Zowel voor de patiënt als voor de ouders is chemotherapie een zware periode. Goede begeleiding van een pedagogisch medewerker of kinderpsycholoog is heel belangrijk. Het behandelplan zal er zoveel mogelijk op gericht zijn om het gewone dagelijkse leven door te laten gaan, omdat alle afleiding van het gewone leven stress verminderend kan werken. In het behandelplan worden vragenlijsten opgenomen. Hierin wordt actief doorgevraagd naar de emotionele beleving van zowel ouders als het kind of jongvolwassene, zodat op tijd ondersteuning geboden kan worden.

Controles tijdens en na de chemotherapie

Na de eerste giften (kuren) wordt bepaald hoeveel leukemiecellen er nog over zijn. Dit heet minimale restziekte. Hiermee wordt bepaald in welke risicogroep je valt. Het behandelplan wordt hierop bijgesteld.

Stamceltransplantatie

Afhankelijk van het type leukemie kan je in een hoog-risicogroep categorie horen. In dit geval kan een stamceltransplantatie nodig zijn. Stamcellen zijn basiscellen die voortdurend nieuwe bloedcellen aanmaken. Om de aanmaak van nieuwe gezonde cellen te stimuleren, is het soms nodig om zieke stamcellen te vervangen door gezonde cellen. De stamcellen kunnen uit het beenmerg, de navelstreng of het bloed van een gezonde donor gehaald worden. Een donor is geschikt als het weefseltype van de donor bijna hetzelfde is als bij de patiënt. Dat kan bijvoorbeeld bij een broer, zus of de ouders, maar ook kan een onbekende donor in de donorbank een match zijn.

Voor de transplantatie

Als er een geschikte donor is gevonden begint de periode van voorbereiding. Om de transplantatie een zo groot mogelijke kans van slagen te geven zijn veel voorzorgsmaatregelen nodig:

  • Gesprekken met artsen, verpleegkundigen, pedagogisch medewerkers en diëtiek, waarmee de conditie van het kind wordt vastgesteld.
  • (Beeldvormend) lichamelijk onderzoek zoals röntgenfoto’s, longfunctietest, hartfilmpje en bloedonderzoek.
  • Chemotherapie en soms ook bestraling. Op deze manier wordt het eigen beenmerg uitgeschakeld en ontstaat er ruimte voor de donorstamcellen.

Tijdens de transplantatie

De gezonde donorcellen worden via een infuus in het bloed van de patiënt gebracht. Het duurt over het algemeen een half uur tot het infuuszakje leeg is. In het beenmerg groeien de gezonde cellen uit tot volwassen cellen. Je zal na de transplantatie volledig in isolatie verpleegd worden om ziekteverwekkers zo ver mogelijk bij het kind weg te houden. Na transplantatie ben je namelijk erg vatbaar voor infecties. Bezoek mag hierdoor niet onbeperkt in en uit lopen. Wie wel en niet op bezoek mogen komen wordt in de voorbereiding al besproken.

Om altijd aanwezige darmbacteriën geen kans te geven zich uit te breiden nu de weerstand lager is, krijg je medicijnen en speciaal klaargemaakt eten.

Isolatieverpleging is voor veel kinderen en jongvolwassenen erg vervelend. Een goede voorbereiding en voorlichting is heel belangrijk. Spullen meenemen van thuis, zoals speelgoed, foto’s en dvd’s kunnen helpen om het kind door deze zware periode heen te helpen. Daar zijn wel strikte regels aan verbonden. Zo moeten knuffels van tevoren gewassen worden en dekbedden elke dag verschoond worden tijdens de opname. Deze regels worden in de voorbereiding met alle betrokkenen doorgesproken.

Na de transplantatie

De isolatie wordt opgeheven wanneer de nieuwe stamcellen gegroeid zijn. Hierna ben je nog steeds verzwakt en zal de afweer opnieuw opgebouwd moeten worden. Daarom zal je nog lange tijd niet naar school mogen en er zijn speciale leefregels voor thuis om de kans op infecties zo klein mogelijk te maken.

Recidief of refractaire acute lymfatische leukemie

Als tijdens de controles blijkt dat de behandeling van acute lymfatische leukemie niet het gewenste effect heeft, spreken we van refractaire acute lymfatische leukemie. In dit geval zal de dokter het behandelplan bijstellen.

In de eerste vijf jaar na behandeling komt bij 10-15% van de kinderen de acute lymfatische leukemie terug, na deze vijf jaar nog maar bij 1%. Terugkeer van de ziekte heet ook wel een recidief. Meestal wordt dan op een andere of zwaardere behandeling overgestapt. De kans op genezing is dan nog steeds groot, maar wel minder groot.

Immunotherapie

Vroeger richtte behandeling met medicatie bij kanker zich vooral op het vernietigen van de kankercellen. Met immuuntherapie is de behandeling niet direct gericht op de kankercel, maar op het versterken of ondersteunen van het immuunsysteem. Er zijn verschillende soorten immunotherapie, maar in het algemeen kan worden gezegd dat immunotherapie medicijnen zijn die ons afweersysteem helpen om de kankercellen te herkennen en te doden. Momenteel wordt nauwkeurig bestudeerd welke vormen van immunotherapie van voordeel kunnen zijn voor welke kinderen met acute lymfatische leukemie.

CAR-T-celtherapie bij B-cel acute lymfatische leukemie

CAR-T-celtherapie is een geneesmiddel dat wordt gemaakt van bepaalde witte bloedcellen uit het eigen lichaam, de T-cellen. T-cellen herkennen stoffen in het bloed die daar niet thuishoren, zoals virussen, bacteriën en ook kankercellen. Zij helpen deze lichaamsvreemde stoffen op te ruimen en te vernietigen.

Bij acute lymfatische leukemie die veroorzaakt wordt door een op hol geslagen B-cel, herkent de T-cel de leukemie niet als een vreemde cel.

Bij CAR-T-celtherapie worden de T-cellen uit het lichaam “geoogst” door middel van een speciale manier van bloedafname, leukaferese. Daarna wordt er in een speciaal laboratorium een nieuw stukje DNA in de cellen gevoegd. Op deze manier wordt de T-cellen als het ware opnieuw geprogrammeerd, waardoor deze de leukemiecellen in het lichaam herkennen en opruimen. Nadat deze nieuwe CAR-T-cellen gemaakt zijn, is er een goede voorbereiding nodig voordat je deze nieuwe cellen terug krijgt. Toedienen van CAR-T-cellen gaat door middel van een infuus. Dit duurt meestal minder dan een uur.

CAR-T-celtherapie is een van de nieuwste behandelmethoden bij B-cel acute lymfatische leukemie. Niet iedereen komt in aanmerking voor CAR-T-celtherapie. Deze behandeling wordt gegeven aan kinderen en jongvolwassen tot de leeftijd van 25 jaar met refractaire B-cel ALL (refractair betekent dat de behandeling weinig of onvoldoende effect heeft gehad), of met een recidief na stamceltransplantatie (een recidief betekent terugkerende ziekte) of met een tweede of later recidief van B-cel ALL. Wil je meer weten over de resultaten, of over de veiligheid en bijwerkingen van CAR-T-celtherapie, lees dan het dossier.

Na alle behandelingen

Na alle behandelingen zal het kind nog vijf jaar gecontroleerd worden op het terugkeren van de acute lymfatische leukemie. Tijdens de controles vindt er een bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek plaats.

Kinderen en kanker

Het Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie in Nederland is het behandelcentrum voor kinderoncologie (kanker), waar de behandeling voor acute lymfatische leukemie gecentraliseerd aangeboden wordt. De keuze voor één centrum in Nederland zorgt ervoor dat veel ervaring en kennis gebundeld wordt. Zo krijgen alle kinderen een behandeling met een zo groot mogelijke kans van slagen.

Behandelingen bij kanker zijn ingrijpend. Ook op langer termijn kunnen er nog complicaties bij kinderen aan het licht komen, zoals groeistoornissen of schade aan de nieren door de medicijnen. Daarom worden kinderen of volwassenen op een LATER-poli nog regelmatig gecontroleerd, ook nadat ze genezen verklaard zijn.

Bronnen:

Dit dossier is mede mogelijk gemaakt door Novartis Pharma B.V. NL2002797594

Pagina laatst aangepast op 06-04-2020

Eindredactie: BSc. Alieke de Greeuw

Cookies

Gezondheidsplein

Om je een informatieve en prettige online ervaring te bieden, maken Gezondheidsplein.nl (onderdeel van solvo b.v.) en derden gebruik van verschillende soorten cookies. Hieronder vallen functionele, analytische en persoonlijke cookies. Met deze cookies kunnen we de werking van onze website verbeteren en je van gepersonaliseerde advertenties voorzien.

Door op ‘Akkoord en doorgaan’ te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- & cookieverklaring.

Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren