Zwanger
Prenatale Screening
Wanneer je zwanger bent, hoop je natuurlijk op een gezond kindje. Aangeboren aandoeningen komen gelukkig relatief weinig voor. Slechts 3% tot 4% van de kindjes in Nederland wordt geboren met een aangeboren aandoening.
Wat is prenatale screening?
Tijdens de zwangerschap kan met een prenatale screening (onderzoek) gekeken worden of het kindje een verhoogde kans heeft op een aangeboren afwijking. Aandoeningen waarvan de kansen berekend kunnen worden zijn aandoeningen die veroorzaakt worden door een afwijking in de chromosomen (bijvoorbeeld het Downsyndroom) en aandoeningen met lichamelijke afwijkingen (bijvoorbeeld een open ruggetje).
Verschillende vormen van prenatale screening
Er zijn verschillende vormen van prenatale screening mogelijk, afhankelijk van wat onderzocht dient te worden. De verschillende vormen van prenatale screening zijn:
- Combinatietest: Met dit onderzoek wordt de kans berekend op een kind met het Downsyndroom.
- Tripeltest, ook wel late bloedtest genoemd: Met de tripeltest kan worden berekend hoe groot de kans is op een baby met Downsyndroom. Ook kan met deze test worden berekend hoe groot de kans is op een kind met een open ruggetje, hoewel deze test hiervoor niet wordt aangeraden.
- De 20-weken echo, ook wel structureel echoscopisch onderzoek genoemd: Hiermee wordt onderzoek gedaan naar lichamelijke afwijkingen van het kindje.
Combinatietest
Door middel van een combinatietest kan ingeschat worden hoe groot de kans is dat een kindje geboren wordt met het Downsyndroom. De combinatietest bestaat uit een bloedonderzoek en een echo-onderzoek (nekplooimeting, hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans op het Downsyndroom). Het bloedonderzoek dient plaats te vinden tussen de 9 en de 14 weken van de zwangerschap. Een echo-onderzoek dient plaats te vinden tussen de 11 en 14 weken van de zwangerschap.
Het bloedonderzoek en het echo-onderzoek samen met de leeftijd van de moeder en precieze duur van de zwangerschap worden gecombineerd voor de uitslag.
Als uit de uitslag blijkt dat het kindje een verhoogde kans heeft op het Downsyndroom, betekent dit niet dat het kindje sowieso het Downsyndroom heeft. Andersom kan een kindje toch geboren worden met het Downsyndroom terwijl de uitslag van de combinatietest aangaf geen verhoogde kans te hebben. Een verhoogde kans is een kans van één op 200 of groter dat iemand op het moment van het onderzoek zwanger is van een kind met Downsyndroom.
Bij een verhoogde kans op een kindje met Downsyndroom zal er een vervolgonderzoek plaatsvinden. Deze kan bestaan uit een vlokkentest (er wordt een stukje weefsel van de moederkoek weggenomen en onderzocht) of uit een vruchtwaterpunctie (er wordt vruchtwater weggenomen en onderzocht). Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest bestaat er een kans op een miskraam als gevolg van het onderzoek. De kans op een miskraam is bij deze onderzoeken ongeveer 4 op de 1000 onderzoeken.
Tripeltest
Met de tripeltest kan worden berekend hoe groot de kans is op een baby met Downsyndroom. Ook kan met deze test worden berekend hoe groot de kans is op een kind met een open ruggetje, hoewel deze test hiervoor niet wordt aangeraden.
De tripeltest bestaat uit een bloedonderzoek. Het bloedonderzoek samen met de leeftijd en het gewicht van de moeder en precieze duur van de zwangerschap worden gecombineerd voor de uitslag. Net als bij de combinatietest betekent een verhoogde kans niet dat het kindje sowieso het Downsyndroom of een open ruggetje heeft. Bij een niet-verhoogde kans kan bij de geboorte toch blijken dat de baby wel een van deze aandoeningen heeft. Bij een verhoogde kans op deze aandoeningen zal er een vervolgonderzoek plaatsvinden. Het vervolgonderzoek kan bestaan uit een uitgebreid echoscopisch onderzoek en/of een vruchtwaterpunctie.
De 20-weken echo
Een andere benaming voor de 20-weken echo is 'structureel echoscopisch onderzoek'. Met de 20-weken echo wordt er gekeken naar de ontwikkeling van de organen van het kind. Door middel van een 20-weken echo kunnen verschillende afwijkingen worden gezien, zoals bijvoorbeeld: een open ruggetje, open schedel, hazenlip, hartafwijkingen, waterhoofdje, afwijkingen aan armen of benen.
Wanneer er een afwijking gevonden is zal verder onderzoek plaatsvinden. Meestal bestaat het vervolgonderzoek uit een uitgebreid echoscopisch onderzoek. Met een 20-weken echo kunnen niet alle afwijkingen worden gezien. Deze echo is dan ook geen garantie voor een gezond kindje.
Klik op een van onderstaande links om verder te lezen:
Voor de zwangerschap
Tijdens de zwangerschap
- Prenatale screening
- Uitgerekende datum berekenen
- Controles tijdens de zwangerschap
- Ontwikkeling van de foetus
- Zwangerschapsverschijnselen
- Voeding tijdens de zwangerschap
- Tips tijdens de zwangerschap
- Belangrijke zaken tijdens de zwangerschap
De bevalling
Na de zwangerschap