Toch geen orgaandonatie
Op 8 december 1993 werd onze dochter Maartje op haar fiets aangereden door een auto. Ze was net twaalf jaar en op weg naar school. Ze werd met spoed naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht gebracht. De situatie was ernstig. Natuurlijk heb je de hoop dat het meevalt, maar Maartje raakte hersendood. We wilden samen met het gezin tot het laatste moment bij haar zijn. We mochten dan ook bij het afkoppelen van de beademingsapparatuur zijn en konden haar zelf verzorgen. Toen de neuroloog ons de vraag stelde of Maartje orgaandonor wilde zijn, zeiden we in eerste instantie dat het goed was. De neuroloog vertelde dat we dan niet bij het afkoppelen van de beademingsapparatuur konden zijn. Maartje zou ons warm en beademend verlaten en heel koud en dood terugkomen. Dit wilden we eerst met de kinderen bespreken. Tegen onze verwachting in, attendeerden de kinderen ons erop dat we juist bij die allerlaatste fase erbij zouden zijn. Dat was voor ons zo belangrijk dat we alsnog hebben besloten om Maartje geen donor te laten zijn. We vonden het belangrijk om dit deel van het sterven van Maartje met elkaar mee te maken. We hebben heel veel bedacht en geregeld in die week. Ik wist dat Maartje hersendood was en dat ze dus niet meer leefde. Maar dat moest ik voor mezelf toch op een rijtje zetten: Maartje was dood, maar ze moest nog sterven. Ik merkte dat het voor mezelf op deze manier een plek kreeg. Dit had nooit mogen gebeuren, maar het is wel goed gegaan, zoals het is gegaan. Om verder te kunnen gaan, is dit zo ontzettend belangrijk. Je kunt gek worden van het verlies van je kind. De neuroloog heeft ons goed begeleid. De uitspraak: je moet altijd donor zijn, want dan heeft het nog zin, kan me zo kwaad maken. Maartje haar dood was zinloos. Al waren er 100 mensen beter geworden van haar organen, dan nog zie ik de zin van Maartje haar dood niet in. Dit wil niet zeggen dat ik tegen orgaandonatie ben. Integendeel zelfs. Maar ik vind orgaandonatie wel een zaak van nabestaanden. Praat er met elkaar van tevoren over, zodat je weet wat de overlevende had gewild. Wij hebben binnen het gezin ook uitvoerig gesproken en weten van elkaar hoe ieder hierover denkt. Een goede herinnering aan je kind, maar ook een goede herinnering aan hoe het sterven uiteindelijk is verlopen, helpt je bij het leren leven met je verdriet. Het geeft mij een goed gevoel en een bepaalde rust dat Maartje geen donor is geweest. Ik ben blij dat we dat laatste stukje niet uit handen hebben geven. ToosIk blijf het zonde vinden! Nu zijn er waarschijnlijk nog meer kinderen die zinloos zijn gestorven omdat er niet tijdig een donor voor ze was.
Nanske van Garderen Lahaye
Ik heb nog even een aanvulling op de uitzending. Tijdens de uitzending van zaterdag 24 augustus werd mij, Nanske van Garderen Lahaye als hartgetransplanteerde, gevraagd hoe het nu was om nabestaanden te ontmoeten. Het zou kunnen dat de indruk gewekt werd dat de nabestaanden van mijn donor in de studio zouden zitten. Dit is pertinent NIET het geval. Orgaandonatie is ten alle tijden anoniem en dat moet ook zo blijven vind ik.
Pia Dijkstra doelde met deze vraag op het feit dat ik nog nooit mensen had ontmoet die voor de keuze hadden gestaan om toestemming te geven t.a.v. orgaandonatie. Voor meer informatie betreffende orgaandonatie verwijs ik naar de website www.wordorgaandonor.nl
Wil je jouw eigen verhaal hier op de site terugzien en past het binnen een van de thema's van Gezondheidsplein?
Vul dan onderstaand formulier in; de redactie zorgt vervolgens dat je verhaal geplaatst wordt.