De laatste nieuwtjes

Ruim helft amateurvoetballers raakt jaarlijks geblesseerd

UMC Utrecht, 19-01-2012 | Ga naar het archief »

Gedurende het voetbalseizoen raakt 60 procent van de amateurvoetballers geblesseerd. Het bovenbeen, de knie of de enkel vormen de top drie van voetbalblessures. Dat blijkt uit een groot onderzoek onder amateurvoetballers van het UMC Utrecht en de KNVB.


In Nederland treden jaarlijks ongeveer 3,7 miljoen acute en overbelastingblessures in de sport op. Ongeveer 620.000 van deze sportblessures is het gevolg van veldvoetbal. Preventie van voetbalblessures is vanuit een sociaal maatschappelijk, economisch en vooral sportief oogpunt interessant, zo vonden de onderzoekers.


In het seizoen 2009-2010 zijn 23 teams van de eersteklasse-amateurs van de zaterdagafdeling uit de districten Noord en Zuid I gevolgd. Het ging daarbij om mannelijke, volwassen spelers. In district Noord deden 223 spelers aan de FIFA warming up en trainings methode 'De11' mee. 'De11' bestaat uit 10 oefeningen en richt zich voornamelijk op het verbeteren van coördinatie, stabiliteit, wendbaarheid en spierkracht in de benen. District Zuid I bestond uit 233 spelers, die trainden zoals te doen gebruikelijk. De gemiddelde leeftijd van de spelers was 24,8 jaar en gemiddeld speelden zij al 17,5 jaar voetbal.  Gedurende het seizoen raakte 60% van de spelers geblesseerd. In totaal zijn 427 blessures geregistreerd, waarvan 81% acuut. In beide districten kwamen nagenoeg evenveel blessures voor, maar er werden meer knieblessures in de controlegroep waargenomen. De meeste blessures kwamen voor aan de enkel (19%), de hamstrings en de knie (beiden 16%). Prof. dr. Frank Backx, hoogleraar sportgeneeskunde bij het UMC Utrecht: "Het hoge percentage hamstringblessures in het amateurvoetbal heeft ons verrast. Het is voor ons aanleiding om dit nader te bestuderen."


In de helft van de gevallen ging het om spier- en peesblessures en bij ruim een kwart van de blessures om letsel aan gewrichten en bindweefsel (27%). Bij zes van de tien van de voetballers werd de blessure behandeld met ijs en/of koeling; ruim de helft van de spelers bezocht een fysiotherapeut. Bij 70% van de spelers duurde het één tot vier weken tot zij hersteld waren. Het doorsnee sportverzuim duurde 16 dagen. Slechts 5% verzuimde door de blessure van werk of school. Ruim een kwart had bij sporthervatting nog restklachten (vooral pijn).



Lees meer over de in dit nieuwsbericht vermelde aandoeningen:

Dossiers

Stel je vraag

Tweet