De laatste nieuwtjes

Niet de score, maar het kind staat centraal

Nederlands Instituut van Psychologen, 23-02-2007 | Ga naar het archief »

Psychologen waarschuwen voor testen en adviseren van leerlingen met slechts één instrument. Uit berichtgeving in de kranten blijkt dat allochtone leerlingen vaker een 'onjuist' schooladvies krijgen dan autochtone leerlingen. De sector Jeugd van het NIP, de beroepsvereniging van psychologen, benadrukt dat een CITO-score slechts een deel van het eindadvies bepaalt over de keuze voor het voorgezet onderwijs. Het gevaar is dat scholen en leerkrachten een te grote waarde aan de toets als meetinstrument toekennen en het oneigenlijk gebruiken als enige selectiemiddel. Hierdoor kunnen jonge leerlingen, allochtoon en autochtoon, een onvoldoende gefundeerd schooladvies krijgen.

De CITO-toets is een middel en geen doel. Het uiteindelijke doel is kinderen naar een school te laten gaan waar zij qua capaciteiten en verstandelijke mogelijkheden het beste passen. Niet alleen de kennis, maar ook andere factoren, zoals motivatie, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden, bepalen het functioneren van een kind op school. Om dit functioneren te testen is een combinatie van middelen noodzakelijk.

Scores zijn niet zo hard zijn als ze lijken. Bij de CITO-toets kunnen kinderen onderpresteren, bijvoorbeeld door faalangst, maar ook overpresteren door een intensieve training voorafgaande aan de test. Een factor als motivatie wordt sterk beïnvloed door de omgeving. Zo sterk zelfs dat een kind met positieve aanmoediging 10 - 15 punten hoger kan scoren op een test dan een even intelligente leeftijdgenoot die de test onder negatieve condities maakt. Als een tweede ondersteunend gegeven is de CITO-score heel bruikbaar, maar bij grote verschillen tussen de score en het advies van de school moet aanvullend onderzoek gedaan worden. Hierbij is de deskundigheid van een schoolpsycholoog zeer bruikbaar.


Lees meer over de in dit nieuwsbericht vermelde aandoeningen:

Dossiers

Stel je vraag

Tweet