Diagnose en behandeling van een sociale fobie
Diagnose
Iedereen voelt zich wel eens ongemakkelijk in bepaalde sociale situaties, bijvoorbeeld bij het houden van een praatje voor een groep. Maar wanneer spreek je nu van een sociale fobie?
DSM-IV
Hulpverleners gebruiken een standaard methode om te bepalen of iemand een psychiatrische stoornis heeft. Dit instrument heet de DSM-IV (de afkorting staat voor Diagnostic Statistical Manual). Hierin worden ook voor sociale fobie een aantal kenmerken beschreven:
- Een duidelijke en aanhoudende angst voor sociale situaties; angst voor ontmoetingen met onbekenden of voor kritische beoordeling door anderen; angst om 'af te gaan' of verschijnselen van angst te tonen (trillen, zweten, blozen)
- Confrontatie met de gevreesde sociale situatie roept (bijna) altijd angst op en kan leiden tot een paniekaanval in die specifieke situatie.
- De betrokkene is zich ervan bewust dat de (mate van) angst niet reëel is in die situatie.
- De betrokkene probeert de gevreesde situatie te mijden of doorstaat deze slechts met hevige angst.
- De angst voor en tijdens de gevreesde sociale situaties of het mijden daarvan belemmert de betrokkene in het normale functioneren privé en/of beroepsmatig, of de betrokkene lijdt duidelijk onder de fobie.
- Bij mensen jonger dan 18 jaar moeten de klachten minimaal zes maanden bestaan.
- De angst of vermijdingsgedrag zijn geen direct gevolg van het gebruik van medicijnen of drugs, van een lichamelijke aandoening of van een andere psychiatrische stoornis.
- Als betrokkene een lichamelijke of andere psychische aandoening heeft, staat de onder 1 bedoelde angst daar los van.
Het stellen van de juiste diagnose is vaak niet makkelijk bij een sociale fobie. Dit komt onder meer omdat de klachten vaak erg lijken op die van andere ziektebeelden, zoals de paniekstoornis. Daar komt bij dat de patiënt zelf vaak niet aan de bel trekt als hij problemen heeft in sociale situaties. Hij zal het proberen op te lossen door die situaties te vermijden en zich steeds verder terug te trekken uit het sociale leven. Vaak wordt pas duidelijk dat iemand een sociale fobie heeft als er bijkomende problemen ontstaan, zoals alcoholmisbruik of depressie.
Behandelingen sociale fobie
Een sociale fobie gaat niet vanzelf over. Als je er vanaf wilt komen, is behandeling dus noodzakelijk. Dit kan op twee manieren: met gedragstherapie en/of medicijnen. Vaak wordt een combinatie gemaakt tussen beide methoden.
Gedragstherapie bij sociale fobie
Bij een sociale fobie ontwikkel je gedachten en angsten die niet reëel zijn. In gedragstherapie kun je leren om die gedachten weer om te buigen naar meer realistische gedachten. Ook kun je ontspanningsoefeningen leren, zoals ademhalingstechnieken, die je helpen om rustiger te blijven in situaties die spanning oproepen. Verder kan sociale vaardigheidstraining een goed middel zijn; je doet zo in een veilige omgeving meer ervaring op met sociale omgang. Soms kan het goed zijn om jezelf onder begeleiding bloot te stellen aan die situatie die je moeilijk vindt. Dit heet exposure.
Medicijnen bij sociale fobie
Er kunnen verschillende soorten medicijnen worden voorgeschreven bij sociale fobie. Als het gaat om een specifieke sociale fobie, waarbij de patiënt bang is voor één specifieke sociale situatie, dan wordt vaak een bètablokker voorgeschreven. Dit is een medicijn dat vooral de lichamelijke verschijnselen van angst onderdrukt: het vertraagt de hartslag, waardoor je je minder angstig voelt.
Bij een gegeneraliseerde sociale fobie wordt tegenwoordig bij voorkeur gekozen voor een bepaalde groep antidepressiva; de SSRI's (selectieve serotonine heropname remmers). Deze medicijnen tegen depressies blijken ook goed te helpen bij een sociale fobie. Lees meer hierover onder het kopje Antidepressiva.
Klik op een van onderstaande links om verder te lezen.