Als je na de bevalling van je kindje even wilt wachten met de volgende, denk je waarschijnlijk weer aan anticonceptie. Het is belangrijk om te weten welke hormonale voorbehoedsmiddelen je wel en niet kunt gebruiken na de bevalling, vooral als je borstvoeding geeft.
Er zijn slechts drie soorten voorbehoedsmiddelen waarvan onderzocht is of ze geen nadelige effecten hebben op de moedermelk en de zuigeling. Dat zijn de prikpil, het implantatiestaafje en de minipil. Dat zijn de middelen waar geen oestrogenen, maar alleen progesterenen in zitten.
De periode die je moet wachten met gebruik na de bevallig verschilt per voorbehoedsmiddel, en is in onderstaande tabel te vinden. In de verschillende hoofdstukken lees je over de werking, gebruiksgemak en bijwerkingen van de verschillende anticonceptiemiddelen.
Belangrijk is om te weten dat er bij alle hormonale anticonceptiemiddelen risico's zijn wat betreft trombose en kanker. Als je rookt, een geschiedenis van bloed- en vaatziekten of diabetes hebt, of een hoge bloeddruk, moet je goed met je huisarts overleggen over je anticonceptiemiddel. Het wordt sterk afgeraden te roken als je een hormonaal anticonceptiemiddel gebruikt, zeker als je boven de 35 bent.
| Naam geneesmiddel | Bevat hormoon | Wanneer mag ik starten met deze anticonceptie? | Mag ik dit middel gebruiken bij borstvoeding? | Toelichting |
| Prikpil | Progestereen | Vanaf vijf dagen na de bevalling. | ja | Gegevens tot op puberleeftijd hebben aangetoond dat er geen nadelige effecten zijn voor de baby |
| Implantatiestaafje | Progestereen | Vanaf de eerste natuurlijke menstruatie na de bevalling. | ja | Gegevens tot op driejarige leeftijd hebben aangetoond dat er geen nadelige effecten zijn voor de baby |
| Minipil | Progestereen | 21 tot 28 dagen na de bevalling. | ja | Gegevens tot op tweeënhalfjarige leeftijd hebben aangetoond dat er geen nadelige effecten zijn voor de baby. |
| Combinatiepil | Oestrogeen en Progestereen | Vanaf de eerste natuurlijke menstruatie na de bevalling. | nee | Er wordt geadviseerd het voorbehoedsmiddel niet te gebruiken als je borstvoeding geeft. |
| Anticonceptiepleister | Oestrogeen en Progestereen | Vanaf vier weken na de bevalling. | nee | De effecten van het gebruik op de moedermelk zijn niet onderzocht. Er wordt geadviseerd het voorbehoedsmiddel niet te gebruiken als je borstvoeding geeft. |
| Anticonceptiering | Oestrogeen en Progestereen | Vanaf de eerste natuurlijke menstruatie na de bevalling. | nee | Er wordt geadviseerd het voorbehoedsmiddel niet te gebruiken als je borstvoeding geeft. |
| Hormoonspiraaltje | Progesteron | Zes weken na de bevalling. | nee | Er wordt geadviseerd het voorbehoedsmiddel niet te gebruiken als je borstvoeding geeft. |
| Koperspiraaltje | Geen | Vanaf zes weken na de bevalling. | nee | Het koper uit het spiraaltje kan via de moedermelk doorgegeven worden. |
Klik op een van onderstaande links om verder te lezen.
Anticonceptie na de bevalling
Prikpil
Implantatiestaafje
Minipil
Combinatiepil
Anticonceptiepleister
Anticonceptiering
Hormoonspiraaltje
Koperspiraaltje

