Behandeling overactieve blaas
In sommige gevallen is er wel degelijk wat aan de oorzaak van een overactieve blaas te doen. Het is belangrijk dat je dit probleem met je huisarts bespreekt. Er kan dan gekeken worden waardoor de klachten veroorzaakt worden en hier een passende behandeling bij zoeken. Indien er geen oorzaak gevonden kan worden, kan altijd nog aan symptoombestrijding gedaan worden. Hierbij wordt niet de oorzaak, maar de klacht weggenomen.
- Bij een bezoek aan je huisarts, kun je het volgende verwachten:
- welke klachten heb je
- het doen van een lichamelijk onderzoek; om te bepalen of je verder gezond bent
- urine-onderzoek; om o.a. een eventuele ontsteking uit te sluiten
- een plasdagboek bijhouden waarin staat hoe vaak je drinkt en plast
- eventueel een onderzoek van de blaas uitvoert waarmee vastgesteld kan worden hoeveel urine er in de blaas kan en hoe snel het er weer uit komt
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij een overactieve blaas.
Blaastraining
Met een zogenaamde blaastraining leer je om niet direct toe te geven aan de aandrang om te plassen en naar het toilet te lopen. Je leert dus als het ware je plas uit te stellen. Je leert om steeds iets langer te wachten voordat je gaat plassen. Uiteindelijk zal het lukken om 3 tot 4 uur te wachten voordat je weer naar het toilet gaat. Je blaas raakt op deze manier getraind om steeds voller te kunnen zitten. Het uiteindelijke resultaat is dat je kunt gaan plassen wanneer jij dat wilt, en niet wanneer je blaas dat wilt! Vaak wordt bij de blaastraining gebruik gemaakt van een plasdagboek. Hierin zet je wanneer je naar het toilet gaat en wanneer je ongewild urine verloren hebt.
Bekkenbodemoefeningen
Een behandeling die vaak bij vrouwen wordt gedaan, is het beter leren controleren van de bekkenbodemspieren door middel van bekkenbodemoefeningen. Dit helpt een beter gevoel te krijgen in de bekkenbodemspieren zodat je ze leert aanspannen en ontspannen. Doordat je deze spieren leert aan- en ontspannen zal je een betere controle hebben over je blaas.
Medicijnen
De meeste medicijnen die gegeven worden tegen een overactieve blaas zorgen er voor dat de blaasspier zich ontspant. Hierdoor trekt de blaas zich minder vaak samen en kan er meer urine in de blaas vastgehouden worden. Doordat er meer urine in de blaas kan, hoef je minder vaak naar de wc en wordt de kans kleiner dat je ongewild urineverlies hebt.Er zijn verschillende medicijnen op de markt tegen een overactieve blaas, welke alleen op recept verkrijgbaar zijn. Voor alle medicijnen geldt eigenlijk dat je al na enkele dagen kunt merken dat de klachten van een overactieve blaas verminderen. Net als bij alle medicijnen kunnen er bijwerkingen optreden. Deze kunnen na enkele dagen weer verminderen.
Vaak worden medicijnen gebruikt in combinatie met blaastraining. De medicijnen zorgen ervoor dat de symptomen bestreden worden.De blaastraining wordt dan gebruikt om de controle over je blaas weer terug te krijgen.
De behandeling verschilt van persoon tot persoon. Het is daarom altijd verstandig om dit met je huisarts te overleggen.
PTNS behandeling
Wanneer bekkenbodemoefeningen en medicijnen niet voldoende helpen, kan een PTNS behandeling een oplossing zijn. Bij deze behandeling wordt via een dun naaldje in de enkel een zenuw in het ruggemerg geprikkeld. Hoe het precies werkt is niet bekend, maar het blijkt dat de zenuw die naar de blaas loopt door deze prikkeling wordt afgeremd. Er gaan dan minder prikkels naar de blaas toe, waardoor de blaas minder overactief reageert.
Hij geeft onnodig vaak een signaal af dat ie "vol" zit. Of leegt de blaas te snel, waardoor je niet genoeg tijd hebt om de wc te halen.Benieuwd welke symptomen op een overactieve blaas kunnen wijzen?
Klik op een van onderstaande links om verder te lezen.