Sarcoïdose
(Besnier-Boeck, ziekte van)
Diagnose van sarcoïdose
Om de diagnose sarcoïdose te stellen moeten eerst andere aandoeningen zoals tuberculose of longkanker uitgesloten worden. Hiervoor moet je uitgebreid onderzocht worden. Afhankelijk van je klachten, kun je de volgende onderzoeken krijgen alvorens de diagnose sarcoïdose gesteld kan worden:
- Lichamelijk onderzoek.
- Bloedonderzoek. Met bloedonderzoek kan gekeken worden naar het aantal afweercellen in je bloed, maar ook naar je calciumgehalte en je ACE gehalte. Een hoog calciumgehalte kan wijzen op sarcoïdose. Uit je bloedonderzoek kan ook blijken of je organen nog goed werken of niet. Een verhoogd ACE-gehalte kan een indicatie zijn voor de activiteit van sarcoïdose. Dit geldt echter niet voor alle sarcoïdosepatiënten.
- Urineonderzoek. In je urine kan gekeken worden naar het calciumgehalte.
- Röntgenfoto of CT-scan. Met röntgenfoto’s of CT-scans kan bepaald worden of er littekenweefsel aanwezig is en kan naar de organen gekeken worden.
- Een longfunctietest. Een longfunctietest kan laten zien wat je longinhoud is en hoe goed je longen functioneren. Deze zal voornamelijk uitgevoerd worden als er longklachten zijn.
- Weefselonderzoek. Als andere onderzoeken geen uitsluitsel geven, kan je arts besluiten om een klein beetje weefsel weg te nemen. In dit weefsel kan de arts vervolgens zoeken naar granulomen.
Behandeling van sarcoïdose
Sarcoïdose (voorheen de ziekte van Besnier-Boeck) kan op dit moment niet genezen worden. Omdat sarcoïdose in verschillende organen en weefsels voor kan komen, is de behandeling van iedere patiënt anders. Ook heeft niet elke sarcoïdosepatiënt heeft een behandeling met medicijnen nodig. Behandeling van sarcoïdose is mogelijk met:
- Corticosteroïden. De corticosteroïden helpen de ontstekingen te onderdrukken . Op de lange termijn kunnen deze geneesmiddelen wel vervelende bijwerkingen hebben. Corticosteroïden kunnen ook in de vorm van zalf (bij huidproblemen) of in de vorm van oogdruppels (bij oogproblemen) worden voorgeschreven.
- Ontstekingsremmers of NSAID’s. Deze worden voorgeschreven bij pijnklachten in gewrichten en/of spieren. Verder verlagen NSAID’s de koorts.
- Immunosuppresiva. Deze middelen onderdrukken het immuunsysteem (afweersysteem). Ze worden vaak voorgeschreven in combinatie met corticosteroïden om zo de dosis van
- corticosteroïden te verlagen. Bijvoorbeeld als de corticosteroïden niet goed worden verdragen of te weinig of geen effect hebben.
- Biologicals. Dit is een relatief nieuw soort middelen dat bepaalde eiwitten in het afweersysteem blokkeert, de zogenaamde cytokines of boodschappereiwitten. Hierdoor wordt het ontstekingsproces direct geblokkeerd. Nadeel van behandeling met deze medicijnen is wel dat ze alleen in gespecialiseerde ziekenhuizen toegediend kunnen worden.
- Fysiotherapie. Fysiotherapie kan helpen om de conditie zo optimaal mogelijk te houden zodat het uithoudingsvermogen verbeterd.
- Oefentherapie. Oefentherapie kan gebruikt worden om het lichaam zo soepel mogelijk te houden. Dit kan je gewrichtsklachten en spierproblemen als gevolg van sarcoïdose verminderen.
- Ademhalingstherapie. Als je snel moe bent en vaak kortademig bent, kun je te snel en te oppervlakkig gaan ademen in een poging meer zuurstof binnen te krijgen. Toch is dat niet de juiste manier om te ademen. Bij zogenaamde ademhalingstherapie, leer je op een juiste manier te ademen.
- Massage. Bij pijn en spierproblemen bij oppervlakkige spieren kun je massage ondergaan om de problemen te verminderen.
Deze tekst is goedgekeurd door: M. Overgaauw, secretaris Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland en H. Vrij-Mazee, arts