Zelfhulpmiddelen
De oorzaak van darmkanker is onbekend, maar bepaalde factoren kunnen de kans, om de ziekte te ontwikkelen, verhogen.
Poliepen:
Poliepen zijn gezwellen die ontstaan in het slijmvlies van de dikker darm. Aanvankelijk zijn ze goedaardig, maar sommige poliepen kunnen kwaadaardig ontaarden. Periodiek onderzoek van de dikke darm (screening), bijvoorbeeld door middel van een colonoscopie waarbij de dikke darm van binnen wordt bekeken, kan dus belangrijk zijn om poliepen op te sporen en te verwijderen.
Familiair voorkomen:
De ouders, broers, zussen en de kinderen van een persoon met darmkanker hebben meer kans om de ziekte ook te krijgen, speciaal als de persoon in kwestie kanker kreeg voor zijn vijftigste levensjaar.
Dieet:
De invloed van voeding bij het ontstaan en voorkomen van dikke darmkanker is nog onvoldoende duidelijk. Er zijn aanwijzingen dat vooral het nuttigen van veel dierlijke producten, zoals rood vlees de kans vergroot op het ontstaan van darmkanker. Verbrand of verkoold vlees (barbecue!) kan dit risico nog eens extra verhogen.
Roken:
Rokers hebben een hogere kans op darmkanker dan niet-rokers.
Fysieke inactiviteit:
Gebrek aan lichaamsbeweging wat gepaard kan gaan met overgewicht, verhoogt waarschijnlijk de kans op darmkanker.
Behandeling
De kans op genezing van darmkanker is zeer groot, als het in een vroeg stadium ontdekt wordt. De behandeling kan bestaan uit verwijdering van het gezwel door een chirurg.
De dikke darm: bij deze operatie worden het kankergezwel en een gedeelte normaal weefsel aan weerszijden van de tumor plus de nabijgelegen lymfeklieren verwijderd. De twee uiteinden van de dikke darm worden weer aan elkaar gehecht. Deze operatie is routine en veroorzaakt geen ernstige gevolgen voor de darmfunctie. Soms zal een tijdelijke stoma (uitgang via de darmwand) nodig zijn. Zelden is een blijvend stoma nodig.
De endeldarm: er zijn diverse methoden om kanker van de endeldarm te verwijderen. Afhankelijk van de plaats en het stadium wordt een operatietechniek gekozen. Soms betekent dit, dat er via de anus kan worden geopereerd, soms door de buikwand. Wanneer de kanker zich dicht bij de kringspier bevindt, of als de tumor te groot is, wordt een stoma aangebracht. Dit betekent dat de ontlasting niet meer via de anus, maar in het vervolg door deze stoma in een speciaal zakje wordt opgevangen. Vaak wordt bij kanker van de endeldarm een combinatie van opereren en bestraling toegepast.
Bestraling speelt een belangrijke rol bij de behandeling van endeldarmkanker, maar niet bij de behandeling van darmkanker op andere plaatsen in de dikke darm. Bestraling kan uitwendig of soms inwendig (door een buis via de anus ingebracht) worden toegepast. De bestraling kan worden toegepast om voor een operatie de kans op plaatselijk recidief te verkleinen. Bestraling kan ook worden toegepast bij grotere tumoren gedurende 4 tot 6 weken, zodat deze kleiner worden en gemakkelijker kunnen worden verwijderd, of om de kringspier te kunnen sparen. Ook na de operatie kan als nog bestraling worden voorgesteld, afhankelijk van de bevindingen tijdens de operatie of van het laboratoriumonderzoek van het verwijderde weefsel. Tijdens de 4 tot 6 weken durende bestraling wordt eventueel gelijktijdig chemotherapie toegepast.