Bij een darmafsluiting of ileus is de darmpassage belemmerd. Er ontstaat daardoor een opstopping van de darminhoud. De darm zet vervolgens uit door een opeenhoping van ingeslikte lucht, speeksel, maagsap e.d. Bij een complete afsluiting is er geen ontlasting meer, bij een gedeeltelijke afsluiting kan overloopdiarree ontstaan. Een blokkade van de dunne darm geeft met tussenpozen krampende pijnen die gepaard gaan met overgeven. Bij een obstructie van de dikke darm staat het overgeven wat meer op de achtergrond.
Een darmafsluiting kan verschillende oorzaken hebben. De oorzaak kan een vorm van mechanische afsluiting zijn of afsluiting door een niet functionerende darm.
Een mechanische afsluiting kan zijn een inklemming op basis van een hernia, waarbij een gedeelte van de darm uitpuilt door de buikwand en vervolgens knel komt te zitten. Ook beknellingen door een streng van weefsel, die zich gevormd heeft als gevolg van een ontsteking of operatie, komt nogal eens voor. Soms kan een deel van de darm in een kronkel of draai zitten (zie de aandoening darmknoop of volvulus) of een gezwel kan de doorgang belemmeren.
Afsluiting door een niet functionerende darm kan
voorkomen doordat de zenuwen die de darm bedienen niet werken waardoor het voedsel niet kan doorstromen en voor een verstopping van de darm zorgt. De darmen van patiënten die een buikoperatie hebben gehad werken niet dus deze patiënten mogen pas weer eten als hun darmen werken.
Als voor een darmafsluiting wordt gevreesd, moet met spoed de arts of een ziekenauto komen om gevaarlijke complicaties te voorkomen. Operatief ingrijpen is meestal noodzakelijk.
Voldoende goede bacteriën bevorderen de werking van de darm. Een goede darmwerking kan deze aandoening helpen voorkomen. Meer informatie over goede bacteriën vind je in het dossier 'Stoelgang'
Goedgekeurd door: H. Vrij-Mazee, arts