De ziekte van Parkinson is een ernstige neurologische aandoening. Door aantasting van een bepaald gedeelte van de hersenen gaat de motoriek in het lichaam achteruit. De patiënt verliest de controle over een aantal bewegingen.
De belangrijkste symptomen van de aandoening zijn: moeite met lopen, neiging tot gebogen lopen en schuifelen, onwillekeurige hoofdbewegingen, stijve gezichtsspieren en een stijve gezichtsuitdrukking, een stijve tong (met als gevolg kwijlen), een verminderd spraakvermogen en beven met de handen in rust. De ziekte zet zich voort en veroorzaakt een onomkeerbare beschadiging. Het beven wordt vaak erger, waardoor handelingen als schrijven en uit een kopje drinken onmogelijk worden. De patiënt kan uiteindelijk dement worden.
De exacte oorzaak van Parkinson is nog onbekend. De ziekte doet zich vooral voor op oudere leeftijd en meer bij mannen dan bij vrouwen.
Doordat de ziekte de centrale hersenen aantast, ontstaat een gebrek aan de neurotransmitter dopamine. Een neurotransmitter is een stof die zorgt voor de overdracht van signalen in de hersenen. Die signaaloverdracht raakt bij Parkinson dus verstoord.
De bekendste vorm van de ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt doordat bepaalde gebieden in de hersenen (de basale nuclei) slechter gaan functioneren. Bij oudere mensen is dit een normaal verschijnsel, maar bij de ziekte van Parkinson gebeurt dit te vroeg.
Sommige mensen hebben last van verschijnselen die lijken op Parkinson, maar die een andere oorzaak hebben. Dit wordt Parkinsonisme genoemd. Oorzaken kunnen in zo'n geval zijn: geneesmiddelen die actief zijn in de hersenen, giftige stoffen (o.a. mangaan) of hersenbeschadiging door zuurstofgebrek.
Goedgekeurd door: H. Vrij-Mazee, arts