Behandeling
'Praten en pillen' geldt voor vele stoornissen in de psychiatrie; ook voor de borderline-patiënt. De behandeling zal in eerste instantie gericht zijn op het bestrijden van de ziekteverschijnselen, meestal in de vorm van medicijnen. Op die manier kan de patiënt meer controle over zichzelf krijgen. Sterk werkende medicijnen hebben vrijwel altijd ook bijwerkingen en zijn vaak gevaarlijk bij onregelmatig gebruik en bij overdosering.
Psychotherapie levert pas iets op als er een goede vertrouwensband is ontstaan. Dat is bij borderlinepatiënten vaak een lange en moeizame weg. Het is belangrijk dat de behandelaar deskundig is en ervaring heeft met de stoornis (bij mindere ervaring is een constructie met een deskundige ook mogelijk). Het is belangrijk dat de behandelaar langere tijd beschikbaar is, of als dit niet mogelijk is, gekozen wordt voor een combinatie van behandelaars. Dit kan gezien de hechtingsproblematiek van borderline-patiënten sowieso belangrijk zijn, omdat ze zich dan niet volledig aan een behandelaar gaan hechten.
Geneesmiddelen
De behandeling van een borderline stoornis wordt soms aangevuld met het voorschrijven van medicijnen:
- antipsychotische middelen (voor de bestrijding van psychotisch gedrag, in de war zijn en het horen van stemmen en achterdocht. Verder kunnen zij een gunstige invloed hebben op sterke emoties als angst, woede en impulsiviteit. Meestal kan worden volstaan met een lage dosering);
- stemmingsregulerende middelen (meestal Lithium. Wordt met wisselend succes gebruikt tegen impulsiviteit en stemmingswisselingen);
- antidepressiva (kunnen een gunstige invloed op de impulsiviteit hebben, omdat ze op de serotoninehuishouding inwerken);
- kalmerings- en slaaptabletten (meestal af te raden, vanwege verslavings- of gewenningskansen, maar soms onvermijdelijk als er sprake is van grote slaapproblemen, angst- en spanningsklachten).