- Aandoeningen C
- »
- Chronische alvleesklierontsteking
- »
- Uitleg
Chronische alvleesklierontsteking
(Pancreatitis;Alvleesklierontsteking)
De alvleesklier (pancreas) is een lange dunne klier die achter de maag ligt, in een bocht van de twaalfvingeringe darm. De alvleesklier produceert onder andere het hormoon insuline dat erg belangrijk is voor het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Daarnaast maakt de alvleesklier enzymen aan die nodig zijn voor de spijsvertering. Via een afvoergang komen deze enzymen in de dunne darm terecht waar ze worden geactiveerd en het voedsel helpen verteren. Bij een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) worden de spijsverteringsenzymen al actief in de alvleesklier in plaats van in de darmen. Hierdoor wordt het weefsel van de alvleesklier als het ware door zijn eigen enzymen verteerd. Door deze zelfvertering gaat de alvleesklier ontsteken. Als de ontsteking niet geneest of vaak terug komt, spreek je van een chronische alvleesklierontsteking. De symptomen van alvleesklierontsteking zijn heftige pijn links in het midden van de bovenbuik, met uitstraling naar de linkerzij, linker schouder en rug. Andere klachten zijn misselijkheid, braken en weinig eetlust. Doordat de pijnklachten verergeren na het eten, durven veel patiënten niet goed meer te eten en zullen sterk vermageren. Een chronische alvleesklierontsteking geneest moeizaam. Het alvleesklierweefsel waar een langdurige heftige ontsteking heeft gezeten, wordt vervangen door littekenweefsel. Dit littekenweefsel kan de afvoergang van de alvleesklier naar de dunne darm vernauwen of blokkeren. Omdat een alvleesklier veel reserves heeft, kan zijn functie langdurig bewaard blijven. De ontsteking is dan wel aanwezig, maar van functieverlies is nog geen sprake. Het verteren van voedsel en de bloedsuikerspiegel blijven normaal. Het moment dat er wel klachten ontstaan door functieverlies, verschilt per persoon. In de meeste gevallen ontstaan er eerst spijsverteringsklachten (bijvoorbeeld vetdiarree of een tekort aan vitamines) en pas daarna klachten die te maken hebben met de bloedsuikerspiegel (diabetes). De hevige pijn kan op den duur helemaal verdwijnen. Sommige patiënten houden last van de pijn. Als complicatie van chronische alvleesklierontsteking kan galstuwing ontstaan. De afvoergang van de galblaas wordt dicht gedrukt, waardoor de galvloeistof niet meer de dunne darm in kan en er ‘geelzucht’ ontstaat. Dit kan leiden tot ernstige leverbeschadiging (levercirrose). Een verdikte kop van de ontstoken alvleesklier kan de oorzaak zijn van het dichtdrukken van de afvoergang. Ook kan het zijn dat er een ‘pseudo cyste’ ontstaat die de galweg dichtdrukt. Dit is holte gevuld met alvleeskliervocht en weefselresten. In 50% van de gevallen verdwijnen pseudo cystes vanzelf. Worden ze groter dan zes centimeter en verdwijnen ze na een paar weken niet, dan worden ze aangeprikt en leeggezogen. Chronische alvleesklierontsteking heeft verschillende oorzaken. De meest voorkomende is langdurig alcohol misbruik. Maar ook erfelijke aanleg, stofwisselingsziekten, autoimmuun aandoeningen, buiktrauma, veel aanvallen van acute alvleesklierontsteking en een blokkade van de afvoergang voor het alvleeskliersap naar de darmen kunnen oorzaken zijn. De ontsteking komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Het is een ernstige aandoening waarbij 15 tot 20% van de mensen overlijdt aan de complicaties.
Deze tekst is goedgekeurd door: H. Vrij-Mazee, arts
Bergman Clinics ook maag- en darmonderzoeken verricht? En dat er met omliggende ziekenhuizen afspraken zijn voor eventuele opname?