Borstverkleining

Veel vrouwen hebben een probleem met te zware en/of hangende borsten. Door het abnormale gewicht van de borsten kunnen rug-, schouder- en/of nekklachten ontstaan. Ook wordt vaak het abnormale model van de borsten als afstotend of beschamend ervaren. Indien men voornamelijk last heeft van verslapte borsten zonder toeneming van het gewicht, zullen de problemen vaak puur psychisch zijn. Na de operatie zullen de borsten kleiner en steviger zijn maar er blijven altijd littekens. Het is niet altijd mogelijk om de borsten symmetrisch te maken en ook de vorm en gevoeligheid van de tepels kunnen anders zijn dan verwacht. De operatie vindt plaats onder algehele verdoving. Door de operatie wordt een deel van het borstklierweefsel verwijderd met huid, er wordt een nieuw kleiner model borst gevormd en tevens zal de tepel verplaatst worden. Rond de beide tepelhoven zal een cirkelvormig litteken ontstaan en verder komt er bij de meeste technieken een litteken in de huidplooi onder de borst en een litteken in verticale richting tussen de tepel en de plooi onder de borst. De wonden worden gesloten met zeer fijn hechtmateriaal en tenzij een inwendige hechting wordt toegepast zal het hechtmateriaal tussen 1 a 2 weken worden verwijderd. Er kunnen drains worden ingebracht die bloed en vocht uit de wond afvoeren. De plastisch chirurg zal zoveel mogelijk rekening houden met de wensen van de patient wat betreft de vorm, grootte en stevigheid. Het zal echter niet altijd mogelijk zijn deze wensen voor 100% te realiseren. Men dient te bedenken dat door de sterke spanning die na de operatie in de weefsels optreedt, het uiteindelijke model anders wordt dan vlak na de correctie. Verder dient men zich te realiseren dat bij een borstverkleinende of verstevigende operatie geen correctie wordt verricht van het overtollige weefsel onder de oksels (eventueel doorlopend naar de rug). Verslapping die eenmaal begonnen is zal ook na deze vormverbeterende operatie doorgaan en kan het aanvankelijke resultaat op den duur nadelig beinvloeden. Door algemeen 'aankomen' in gewicht, door zwangerschap of pilgebruik kunnen de borsten ook weer zwaarder worden. De plastisch chirurg kan geen bepaalde cup-maat van de BH garanderen na de operatie. In de meeste gevallen zal de cup-maat enkele maten kleiner worden.

Gevolgen voor borstvoeding
De mogelijkheid om na een borstverkleining borstvoeding te geven, hangt af van of de zenuwen en bloedtoevoer nog intact is. Dit is onder andere afhankelijk van de methode die gebruikt wordt bij de operatie. Als de tepel met een steeltje verbonden blijft aan het borstweefsel blijven de melkgangen, de bloedtoevoer en sommige zenuwen intact en is borstvoeding geven over het algemeen mogelijk na deze operatie. Wordt er een methode gebruikt waarbij de tepel losgesneden en verplaatst wordt, dan is volledig borstvoeding geven zelden mogelijk. In de melkproducerende cellen kan voldoende melk geproduceerd worden, maar dit kan moeilijk de tepel uit. Hoe meer kanaaltjes er zijn beschadigd, hoe minder melk de baby zal krijgen. Er zijn gevallen bekend waarbij de kanaaltjes opnieuw waren aangegroeid. Vrouwen waarbij het minste borstweefsel is weggehaald hebben de meeste kans om borstvoeding te kunnen geven.


Deze tekst is goedgekeurd door: B. van den Berg, arts


Wist je dat?

De kans op een duidelijk zichtbaar litteken, na een ongeval of operatie, met 50% vermindert als je de wond direct na het sluiten behandeld met silliconen? Lees meer over de behandeling van littekens in het dossier littekens.

Dossiers

Stel je vraag

Tweet