Vaginale schimmelinfectie

(Candida albicans;Candidiasis)

Behandeling van een vaginale schimmelinfectie

Vaak gaat een vaginale schimmelinfectie vanzelf over. Het kan wel enkele weken duren voordat de symptomen helemaal verdwenen zijn. Als dit echter niet gebeurt of als je veel last hebt van de klachten, kun je het beste naar de huisarts gaan. Deze zal eerst de binnenkant van je vagina bekijken. Als er roodheid en korrelige afscheiding te zien is, zal er een beetje afscheiding afgenomen worden voor verder onderzoek. Candida is gemakkelijk te herkennen onder de microscoop, dus de diagnose kan snel gesteld worden.

De behandeling van een vaginale schimmelinfectie bestaat uit het nemen van vaginale tabletten of capsules die de candida doden en zo de balans met de bacteriën weer herstellen. Ook zijn er schimmeldodende crèmes die je op de aangedane plekken kunt smeren. Als je last hebt van een steeds terugkerende schimmelinfectie, kan de arts je vaginale tabletten voorschrijven die je maandelijks, op de vijfde dag na je menstruatie, moet gebruiken. Daarmee kun je voorkomen dat de infectie terugkomt.

Zelfhulpmiddelen bij een vaginale schimmelinfectie

Het beste is natuurlijk om een vaginale schimmelinfectie te voorkomen. Hieronder staan wat tips die je daarbij kunnen helpen:

  • Blijf niet te lang met nat ondergoed of zwemgoed rondlopen. Vocht bevordert de groei van candida.
  • Was je vagina niet met zeep. Een beetje lauw water is voldoende. Maak ook geen gebruik van een vaginale douche.
  • Veeg na de ontlasting van voor naar achteren af. Op die manier kan de candida die in je darmen zitten niet in je vagina terecht komen.
  • Verschoon regelmatig je maandverband of tampon wanneer je ongesteld bent.
  • Gebruik liever geen inlegkruisjes. Slaap eventueel zonder onderbroek of in een ruim zittende pyjama.
  • Vrijen met een droge vagina kan de slijmvliezen irriteren waardoor candida makkelijker kan groeien. Zorg ervoor dat je voldoende opgewonden bent of maak gebruik van een glijmiddel.

Deze tekst is goedgekeurd door: H. Vrij-Mazee, arts


Dossiers

Stel je vraag

Tweet