- Aandoeningen H
- »
- HIV (Human Immunodeficiency Virus)
- »
- Uitleg
HIV (Human Immunodeficiency Virus)
HIV staat voor Human Immunodeficiency Virus. Humaan betekent dat we het over mensen hebben (en niet over apen of katten) en immunodeficientie betekent dat de afweer wordt aangetast. HIV is dus een virus dat de afweer tegen ziekteverwekkers bij mensen (het immuunsysteem) verzwakt. Het betreft een agressief virus: HIV-besmetting kan uiteindelijk leiden tot het krijgen van AIDS (Acquired Immuno Deficiency Syndrome). Het virus kan bepaalde afweercellen, de witte bloedcellen of bloedlichaampjes, infecteren. Daardoor wordt het immuunsysteem ontregeld. De afweer is dan niet meer in staat om bepaalde ziekteverwekkers goed te bestrijden.
Iemand die HIV-positief is (dus een HIV-infectie heeft) wordt daardoor op den duur bevattelijk voor infecties. Ook van eenvoudige infecties die het lichaam normaal gesproken zonder problemen kan bestrijden, wordt iemand dan ziek. Bij iemand die HIV-positief is, zijn antistoffen tegen HIV gevonden in het bloed. Die antistoffen kunnen met de HIV-test worden aangetoond. In plaats van HIV-positief zegt men ook wel 'seropositief'.
Direct na de infectie met HIV weet de menselijke afweer nog niet hoe het moet reageren op die nieuwe infectie. Dit stadium wordt ook wel acute of primaire infectie genoemd. Het virus kan dan de afweer aantasten zonder dat de afweer er iets tegen kan doen. De afweer heeft tijd nodig om dat te leren. Het gevolg is dat de afweer snel wordt verzwakt en dat je in die situatie ziek kunt kunt worden.
De belangrijkste symptomen zijn griepachtige verschijnselen en opgezette lymfeklieren. De een krijgt direct na de infectie ernstige ziekteverschijnselen, de andere merkt er niets van. Die eerste verschijnselen van HIV-infectie lijken op klachten die je ook kunt krijgen als je een andere ziekte oploopt. Je grieperig voelen of opgezette lymfeklieren hebben hoeft dus niet te betekenen dat je een HIV-infectie hebt opgelopen.
Na de acute of primaire HIV-infectie heeft de afweer geleerd te reageren op het virus en begint het virus te bestrijden. De geïnfecteerde cellen worden door de afweer opgeruimd en er worden antistoffen aangemaakt die moeten voorkomen dat het virus meer cellen gaat infecteren. De afweer herstelt zich dus, ziekteverschijnselen verdwijnen en de HIV-geínfecteerde gaat zich beter voelen. Toch is het virus bijna altijd sterker dan de afweer. Het gevolg is dat de afweer na verloop van tijd toch weer zwakker wordt. Je wordt dan gevoeliger voor allerlei infecties. Dit proces verschilt van persoon tot persoon. De ene HIV-geínfecteerde voelt zich vele jaren na de infectie nog steeds uitstekend, de ander wordt vrij snel na de infectie ziek.
Als je HIV-positief bent, betekent dat nog niet dat je nu ook AIDS hebt. Iemand krijgt de diagnose AIDS als het virus de afweer zo ernstig heeft aangetast dat hij een levensbedreigende ziekte krijgt. Soms wordt die diagnose ook gegeven als uit een onderzoek (CD4-test) blijkt dat de afweer zo laag is, dat er grote kans is op een levensbedreigende ziekte. De meeste van die levensbedreigende ziektes ontstaan doordat infecties die de menselijke afweer normaal gesproken kan opruimen, nu hun gang kunnen gaan (opportunistische infecties). HIV kan met een combinatie van een aantal antivirusmiddelen zodanig bestreden worden dat de patiënt langduriger symptoomvrij is.
Aids - Wat is het?
In deze animatie wordt uitgelegd wat AIDS is en wat de symptomen zijn. Er wordt verteld hoe AIDS ontstaat en hoe AIDS behandeld moet worden en hoe je een besmetting met HIV kan voorkomen.
Deze tekst is goedgekeurd door: H. Vrij-Mazee, arts
Nieuws over hiv (human immunodeficiency virus)
- (01-01) Hiv-virus kan zich verstoppen in de hersenen
- (01-01) Veel nieuwe hiv besmettingen onder homo's
- (01-01) Nieuwe pil zou risico op hiv met 70 procent kunnen verkleinen
- (01-01) Tienduizend jongeren maakten statement tegen aids tijdens dance4life
- (01-01) Bezuinigingen gevaarlijk voor aidsbestrijding